De Vogezen in beeld (43)
van St. Stail via Bruyères, les Rouges-Eaux en Mutzig naar Grendelbruch

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

 

Interieur van de kerk van St. Stail. Rechts van het koor staat het monument aux Morts, een bijzondere plaats voor dit beeld.

 

 

Mar ook de vorm van het monument is uitzonderlijk. Een poilu staat buitengewoon relaxed naast een zuil met de gesneuvelden uit het dorp, en een engel houdt de lauwerkrans boven zijn hoofd.

 

 

De poilu is onbewapend en laat zich de loftuiting welgevallen.

De cimetiere van Bruyères heeft een forse carré militaire.

 

 

De toegang tot de cimetiere.

 

 

De carré is goed verzorgd en omringd door privé-graven van soldaten en enkele monumenten.

 

 

Er zijn 422 soldaten begraven, waaronder 1 pool en 7 Russen.

 

 

Omliggende soldatengraven op de carré militaire van de cimetiere van Bruyères.

 

 

Blik op de carré militaire van de cimetiere van Bruyères. Rechts van de vlag is het monument aux morts zichtbaar.

 

 

Het monument aux morts op de carré militaire van de cimetiere van Bruyères.

Voorbeeld van de omliggende graven, in dit geval van Victor Rochas, artillerieofficier, die 12 september 1914 sneuvelde.

 

 

Het Poolse graf op de carré militaire van de cimetiere van Bruyères.

 

 

Een van de 7 Russen op de carré militaire van de cimetiere van Bruyères, gesneuveld in 1918.

 

Dorpsmonument en kerk van het nietige les Rouges-Eaux, tussen Bruyères en St. Die.

 

 

Op het kerkhofje achter de kerk vinden we het eenzame soldatengraf van Ernest Bernard.

 

 

Bernard sneuvelde op 1 september 1914 en diende bij het 256e RI.

 

 

Een fraaie plaque herinnert de 27-jarige soldaat.

De toegang en het eenvoudige monument op de cimetiere de Foucharupt.

 

 

De meeste graven zijn uit de 2e Wereldoorlog. Enkele stammen uit de Grote Oorlog.

 

 

Zoals dat van Zouave Grégoire, die in het laatste oorlogsjaar sneuvelde.

 

 

En dat van Leon Maniet, die op 26 augustus 1914 sneuvelde in St. Die zelf.

Duits monument bij de entre van Fort de Mutzig, aan de oostkant van de Vogezen. Op de steen staan Feste Kaiser Wilhelm II.

 

 

Het fort bij Mutzig (ook bekend als: Feste Kaiser Wilhelm II) is een van de grootste en sterkste forten van Europa. In 1893 is men begonnen met de bouw van dit fort en dit zou uiteindelijk 23 jaar duren. Het fort is vrijwel niet actief ingezet. In augustus 1914 schoten de kanonnen op de oprukkende Franse troepen, en daar bleef het bij. De Fransen trokken zich terug en kwamen tot 1918 niet meer in de buurt. In 1919 moest Duitsland, Elzas-Lotharingen afstaan aan Frankrijk en waarmee dus ook het fort.

 

 

De oppervlakte van het fort bedraagt 254 ha en heeft een ondergrondse oppervlakte van ongeveer 40.000 m2. Het fort was in alle opzichten nieuw voor die tijd. Men gebruikte voor het eerst beton bij de bouw en het had een heuse elektriciteitscentrale. In oorlogstijd bestond het garnizoen van Mutzig uit 6.500 a 7.000 personen.

 

 

De bescheiden Nécropole Nationale de Grendelbruch ligt op het gelijknamige slagveld, waar de Franse 13e divisie van generaal Bourderat op 17 en 18 augustus 1914 en gevoelige nederlaag incasseerde. 156 doden zijn hier begraven.

 

 

De Nécropole Nationale de Grendelbruch ligt op heuvel 748. Het uitzicht op de zo begeerde Rijnvallei is fantastisch. De graven zijn van dezelfde datum en hebben betrekking op de 25e brigade, 17e RI.

 

-V-

Home