De Vogezen in beeld (29)
de Tête des Faux

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

Overgroeide muren en ondergrondse verblijfplaatsen op de Duitse flank van de Tête des Faux.

 

 

Verwijsborden langs de wandelroutes op de Tête des Faux, onder meer naar Cimetiere Duchesne.

Op de zuidwestelijke helling van de Tête des Faux ligt een van de mooiste begraafplaatsen van het Westelijk front, Nėcropole Nationale Duchesne.
Het werd genoemd naar majoor Duchesne, die op de toppen van de Tête des Faux het leven liet in december 1914. Het opschrift op het bescheiden monument op de begraafplaats luidt: "Mes frères d'armes pour la Patrie. Le 14e BCA - juin 1915" en "Au commandant J. Duchesne, chef de bataillon 215e, mort pour la Patrie le 2 XII 14 à l'assaut de Grimaude".

 

 

Nėcropole Nationale Duchesne is 1.730 m2 groot en bevat 408 graven en een ossuaire met 116 lichamen. Het werd in 1924 aangelegd bij het Franse kampement wat hier lag, en bevat ook graven uit Stosswihr, Orbey, Soultzeren en de Col du Bonhomme die na de oorlog zijn bijgezet. Sinds 1921 is de Tête d Faux historisch monument en de Nėcropole valt hier onder.

 

 

Op kerstavond 1914 lanceren de Duitsers een hevige aanval om de top van de Tête des Faux te heroveren, maar dat mislukt. Ze bleven net onder de top ingegraven. Deze aanval leidde tot de dood van 137 Franse en ongeveer 200 Duitse slachtoffers, bijna de helft van alle slachtoffers op de Tête des Faux. De meeste Fransen zijn op Nėcropole Nationale Duchesne begraven. Wat destijds een vrij kale vlakte was, is nu door groen overwonnen. Het geeft Duchesne een unieke sfeer, zeker tijdens voorjaar en herfst, als er nauwelijks bezoekers komen en de stilte als een deken in het bos hangt.

 

 

De bomen nemen steeds meer plek in, en dat heeft zijn uitwerking op de graven, getuige dit plaatje.

In het midden van Nėcropole Nationale Duchesne staat dit mausoleum met het woord Pax er op, wat doet denken aan monumenten in Wettstein en Moosch. De rode draad is het gedenken van les Diables Blues, de blauwe Duivels; een erenaam die de Franse bergtroepen van de Duitsers kregen in 1914. Het kruis werd in 1962 opgericht ter vervanging van een houten kapelletje, dat op instorten stond.

 

 

Het symbool van de BCA’s, de Bataillons Chasseurs d ’Alpine van het Franse leger, is op het mausoleum aangebracht.

 

 

Oorspronkelijk werden ook 49 Duitse soldaten hier begraven; die zijn na de oorlog in Bärenstall herbegraven.

 

 

De bescheiden ossuaire op Nėcropole Nationale Duchesne, waar 116 Fransen een rustplaats vonden.

 

 

Sfeerbeelden op Nėcropole Nationale Duchesne. De begraafplaats kan uitsluitend worden bereikt via wandelroutes vanaf de Col du Calvaire of het dal van Orbey.

 

 

Verweerd bordje met de hoogte, waarop Nėcropole Nationale Duchesne is aangelegd.

 

 

Wie vanaf het zuidwesten wandelroute GR5 volgt naar de top van de Tête des Faux, vindt de overblijfselen van de loopgraven tussen het groen. Afgezien van enkele felle gevechten in 1914 en 1915 bleef het op de Tête des Faux de verdere oorlog relatief rustig. Dichter bij de top, die 95% van de oorlog in Franse handen bleef, staat een monument voor enkele chasseurs.

 

 

Capitaine Delmer, dokter Espagne en 2 manschappen sneuvelden op deze plek door artillerie, waaruit mag blijken dat ook tijdens de rustiger jaren regelmatig slachtoffers vielen. Een eenvoudig ijzeren kruis prijkt op de vervallen versterkingen op de top van de Tête des Faux.

 

 

Een van de kenmerken van dit oude slagveld is de aanwezigheid van de oorspronkelijke prikkeldraadversperringen. De bezoeker hoort goed op te letten waar hij zijn voeten zet, en stevige schoenen en dito kleding zijn vereist.

 

 

Resten van Franse versterkingen op de Tête des Faux. Op de achtergrond de vallei van le Bonhomme, die iets westelijker naar de Col du Bonhomme leidt.

 

 

De versterkingen werden vaak gemaakt van ruwe materialen die relatief eenvoudig beschikbaar waren, zoals oude treinrails als staalconstructies.

 

 

Kluwen prikkeldraad en schroefpiketten in het struikgewas op de Tête des Faux.

 

 

Nog een voorbeeld van achtergelaten prikkeldraadversperringen. De top van de Tête des Faux is vergeven van versterkingen, ondergrondse verblijven en complete fortificaties.

 

 

Half verborgen Franse bunkers op de top van de Tête des Faux. Ook hier is prikkeldraad alom aanwezig.

 

 

De Franse en Duitse linies liepen op de Tête des Faux bijzonder dicht bij elkaar, soms slechts op 10-20 meter afstand. Wie de top verlaat en het Duitse achterland in dwaalt, vindt fraaie ruïnes van Duitse blockhäuser in de duistere bossen.

 

 

Overblijfselen van de linie, met dichtgeslibde loopgraven en oude versperringen.

 

 

De natuur wint het langzaam van alle stalen overblijfselen.

 

 

Voorbeeld van met de natuur vergroeide versperringen op de Tête des Faux.

 

 

Prikkeldraadversperringen voor de linies.

 

 

Duitse en Franse fortificaties lagen soms op een steenworp afstand van elkaar.

 

-V-

Home