De Vogezen in beeld (2)
Van Seppois-le-Bas, via Niederlag, Riespach, Largitzen, Suarce, Chavannes-les-Grands en Montreux-June naar Chavannes-sur-l’Etang.

 

Klik op de foto voor een vergroting

In Seppois le Bas ligt achter de kerk een verzorgde plot Franse soldaten. De cimetiere ligt tegen de burgerbegraafplaats en bevat 152 graven.

Toegangsbordje voor cimetiere de Seppois le Bas.

De plot, met de driekleur halfstok, bevat veel graven uit de beginweken van de oorlog.

Monumentje op de begraafplaats voor Gabriel Tabuto en zijn kameraden van het 1er Régiment de Génie die sneuvelden in het Bois Pointu in maart 1916.

Eenvoudig eerbetoon.

Monument voor het 414e RI, onderdeel van de 154e DI, die hier de linie hield.

Gebeitelde inscriptie.

Onder de tekst PAX is een plaque bevestigd voor Hilaire Hintzy, een officier van het 414e RI, die zich na de oorlog inzette om de Elzas weer te integreren in de Franse Republiek.

Duitse bunkers ter hoogte van Niederlag in een bosrand.

De bunkers lagen hemelsbreed maar een kilometer van de rivier de Largue.

De bunkers liggen in een bos dat lokaal beken staat als le Hag.

Langs de oude linie hebben de Duitsers tientallen bunkers achtergelaten. De meeste gaan op in de natuur.

Anderen, zoals deze bunkers bij Riespach, vormen deel van het straatbeeld.

Bunker in het Gemeindwald aan de D17 ten noorden van Largitzen.

De kerk en begraafplaats van Suarce, achter het Franse front.

Marcel Eugene Perrin sneuvelde op 30 september 1915 in Suippe. Een bescheiden zuil herdenkt hem.

De tekst op de zuil.

Verwijsbord naar een kleine begraafplaats ten noordwesten van Chavannes les Grands.

 

 

Bij het uitbreken van de oorlog kiest Franse generale staf voor het offensief. Op 7 augustus 1914 trekt het 7e Corps, onder bevel van generaal Bonneau, op naar Belfort met het doel om de steden van Thann, Altkirch en Mulhouse te veroveren. Altkirch ingenomen op 7 augustus 1914 om 20 uur. Mulhouse valt de volgende dag. Op 9 augustus 1914 besluit het Duitse 7de Leger tot een tegenaanval. Op de ochtend van 10 augustus 1914 worden Mulhouse en Cernay heroverd. De Fransen trokken zich terug in grote wanorde, en organiseerden een verdedigingslinie langs de oude grens van 1871. De Duitsers worden op 13 augustus 1914 bij de linie Foussemagne, Montreux-Jeune, Chavannes-les –Grandes gestopt.

 

 

Het 235ste Regiment (RI) en het 260e RI vechten een bloedige slag uit met de oprukkende Duitsers.

 

 

Uiteindelijk zouden de zwaar beproefde regimenten de linie houden en de Duitsers zo de weg naar Belfort versperren.

 

 

De doden van deze gevechten werden tijdelijk begraven op de plaats van de gevechten. Later werden ze begraven in Chavannes en Dannemarie. De vader van luitenant Génairon, die viel in de strijd op 13 augustus 1914, wil dat zijn zoon wordt begraven waar hij viel. Hij vergoedt het onderhoud van diens graf. Nu is dit, met het monument van Montreux-Jeune, het enige overblijfsel dat nog steeds de hevige gevechten weerspiegelt van augustus 1914.

 

 

Casque Adrians in elkaars verlengde. De helmen waren in 1914 nog niet in wang.

 

 

Het monumentje op de begraafplaats van Chavannes les Grand. Luitenant Génairon en zijn manschappen en de datum 13 augustus 1914 zijn er in gegraveerd.

Het imposante monument van Montreuxs-Jeune, wat dezelfde slag beschrijft vanuit het 235e RI.

 

 

Het opschrift luidt:  "Ici le 13 août 1914 le 235e régiment d'infanterie lutta vaillamment pour interdire aux éléments des 29e et 30e divisions allemandes l'accès du sol français"

 

 

Opschriften van het monument voor het 235e RI ten zuidoosten van Montreux-Jeune.

 

 

Het monument wordt goed onderhouden en bevat de namen van de gesneuvelden tijdens de augustusdagen van 1914.

Calvaire in Chavannes-sur-l’Etang langs de D419.

 

 

Het onderschrift luidt: “Reconnaissance a Mairie 1914-1918”

 

-V-

Home