De Vogezen in beeld (19)
van Munster via Estenbach, Gunsbach, Colmar, Ingersheim en Stosswihr naar Meierhof

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

Op de plek waar vroeger het camp Castelnau gevestigd was, aan de Chemin du Narrenstein, is een bijzondere gevelsteen te vinden. Amerikanen, Fransen en kolonialen uit Indochina werkten hier tussen 1919 en 192 samen in de wederopbouw van de streek. Toch luidt de tekst:

“Bleuez

Henri

Bombardier 348 INF

CL1905

Rec. Valenciennes

Mort

Au

Champ d’honneur

14 Août  1916

Vermoedelijk was op deze plek dus een militair kerkhof vlak na de oorlog. Helaas is verder weinig bekend.

 

 

De tekst is in de muur gegraveerd net boven de linker vuilnisbak.

 

 

Wie de moeite neemt vanaf Estenbach, een klein gehucht tussen Munster en Whir au Val, de heuvels in te lopen, vindt rechts van het pad naar de top dit bord.

 

 

Een bescheiden pad leidt naar 2 Duitse monumenten die hier vermoedelijk door een Duits Armierungs Bataillon zijn gebouwd.

 

 

De tekst op de fraaiste van de 2 luidt:

“Arm.Batt

68

1 Komp.”

 

Op de andere steen is geen tekst te vinden.

 

 

Aardig houtsnijwerk op het toegangsbord.

 

 

Op de cimetiere van Gunsbach, tussen Munster en Wihr au Val, is nog een antiek grafschildje in hartvorm terug te vinden. Het handelt hier om het graf van Joseph Gouthard, die al op 19 augustus 1914 op 22 jarige leeftijd sneuvelde.

 

 

Het prachtige monumentje met op het kruis het grafschild. Op de voet staan de namen van leden van het U.N.C., L'Union nationale des combattants.

 

 

De entree van de cimetiere van Gunsbach. Het monument staat rechts van het huisje.

 

 

Van 1958 tot 1960 vond ten noorden van Colmar een hergroepering van lichamen uit 1939-40, opgegraven in verschillende Franse departementen (Vogezen, Haut-Rhin, Territoire de Belfort, Moezel en Maas) plaats; Colmar werd de plek voor de hergroepering van lichamen van krijgsgevangenen in Duitsland en Oostenrijk en de graven uit 1914-18 uit Haut-Rhin en Bas-Rhin (Thann, Munster, Masevaux, Saint-Amarin, Saverne).

 

 

Zo werden op 20 096 m² 2312 doden begraven, waaronder 488 Fransen uit la Grande Guerre.

 

 

Nog eens 5 448 m² werd gebruikt voor Deutsches gräberfeld Colmar, waar 868 Duitsers begraven werden.

 

 

De toegangspoort van Nėcropole Nationale de Colmar in de avondzon. Een luchtballon vaart net boven de Vogezen.

 

 

Islamitische graven op Nėcropole Nationale de Colmar.

Op de cimetiere van Ingersheim, op een steenworp ten noordwesten van Colmar, is een kleine militaire plot te vinden.

 

 

De militaire carré op de begraafplaats van Ingersheim herbergt een van de kleine drama’s aan het begin van de oorlog, op 12 augustus 1914. Vlak bij het dorp komt het tot gevechten, waarbij 87 Beierse soldaten en 25 Fransen het leven laten. Dit monument gedenkt hen.

 

 

Voor het monument zijn de 25 Fransen begraven. 3 graven links en rechts, en…

 

 

10 en 9 in de 2 ossuaires op de carré van cimetiere de Ingersheim.

 

 

Voorbeeld van een van de 6 individuele graven op de carré van cimetière de Ingersheim.

 

 

Overzicht van de carré van cimetiere de Ingersheim met op de achtergrond de plaatselijk kerk.

 

 

Colmar. Pas op 18 november 1918 trokken de Fransen de stad zegevierend binnen.

 

 

Demarkatiepaal tussen Stosswihr en Soultzeren. Deze kleine monumentjes markeren de frontlijn van Nieuwpoort in België tot hier in de Elzas. Hier werd de overweldiger gestopt, luidt de tekst. In de context van de Franse pogingen hun oude provincies terug te winnen, een bijzondere tekst.

 

 

De Touring Club de France plaatste de demarkatiepalen in 1923.

 

 

Mooi beeld van de gerestaureerde demarkatiepaal in Soultzeren. Let op het jaartal 1918.

Monument voor een Duitse Gebirgs-Maschinengewehr-Abteilung langs een bergpad richting Meierhof, een afslag van de D11 tussen Trois-Epis en Labaroche Evaux.

 

 

De teksten op het (graf-?) monument zijn vervaagd (2017), maar sommige woorden zijn goed leesbaar. (Gefallen, gewidmet)

 

-V-

Home