St. Mihiel in beeld (5)
Van Apremont la Foret via Bois Brűllé naar het Bois de Gobessart.

 

Klik op de foto voor een vergroting

Onder de rook van het Fort de Liouville ligt het dorpje Apremont la Foret aan de voet van het bos van Gobessart, destijds Duits bezit. Het dorpje leed intens onder het oorlogsgeweld. De Amerikaanse gemeente Holyoke schonk Apremont een waterbron waarmee wederopbouw kon worden begonnen. De bron en het waslokaal staan aan de hoofdweg D907.

Het initiatief om, midden in het dorp Apremont in het Franse departement Meuse, een openbare wasruimte te bouwen kwam van de Amerikaanse Ruth Isabelle Skinner, beter bekend als Miss Belle Skinner (1866-1928). Haar familie was welgesteld en had een goedlopend textielbedrijf in Holyoke, een plaats iets ten noorden van Springfield, aan de westkant van Massachusetts. In Springfield was in die tijd het Springfield Armory gevestigd, de plaats waar de gelijknamige geweren voor het Amerikaanse leger werden geproduceerd.

Net als het ten westen van Springfield gelegen Westfield zijn die plaatsen nauw verbonden met de geschiedenis van het 104e infanterieregiment van de 26e divisie. Hun eerste hoofdkwartier bevond zich in de zomer van 1917 in Springfield en enkele bij Apremont gesneuvelde Amerikanen waren afkomstig uit Holyoke.

Belle Skinner zette zich na de Eerste Wereldoorlog in voor de wederopbouw van de door het oorlogsgeweld verwoeste Franse gebieden. Haar naam leeft niet alleen voort in Apremont, getuige de Rue Belle Skinner, maar vooral in het circa 20 km noordelijk gelegen dorp Hattonchâtel. Ook daar werd na de oorlog een openbare wasruimte gebouwd voor de dorpsbevolking. Haar betrokkenheid en liefde voor Frankrijk leidden er zelfs toe dat ze het verwoeste kasteel van Hattonchâtel kocht en dit weer liet opknappen. Ze werd daar geëerd als een marraine, een peetmoeder.

De oostkant van het woud tussen Ailly en Apremont heet Bois Brűllé. Het is 1 van de meest legendarische plekken langs het westelijk front, " erger dan Verdun", zoals als veelbetekenende uitspraak te lezen is..

Het Bois Brűllé is een klassiek voorbeeld van hoe kort de afstand tussen de voorste linies soms was. Sprekend: Duitse betonnen loopgraven, 20 meter van...

…Franse rieten loopgraven..

Een beeld van de zeer degelijke Duitse versterkingen in het Bois Brűllé.

Gedenkkruis in het Bois Brűllé voor oa. het 95me RI uit Bourges. Dit gerenommeerde Regiment heeft vrijwel overal tijdens de oorlog gediend en heeft en indrukwekkende geschiedenis.

Onder het dak bevinden zich 2 persoonlijke tableau´s voor een Frans militair, Berthelon. 1 Ervan is van zijn dochter.

Nog altijd dodelijke asperges en prikkeldraad in het Bois Brűllé.

Duitse stellingen in het Bois Brűllé. Vrijwilligers houden de stellingen schoon en overzichtelijk.

Duitse schietposities in het Bois Brűllé.

Tussen de linies ligt het graf van sergeant Vintousky van het 27me RI, die 21 december 1914 sneuvelde.

"Im treue fest", deel van de indrukwekkende Duitse stellingen aan de oostkant van het Bois d´Apremont.

De betonnen wallen van de Duitse loopgraven staan 90 jaar na dato fier overeind.

Schietopstellingen in het Bois d´Apremont.

Het Duitse kruis is op enkele versterkingen van de linie nog duidelijk zichtbaar.

Het blijft opletten in deze regio: Asperges en prikkeldraad zijn veelvuldig aanwezig en soms goed gecamoufleerd tussen de bruine bladeren!

Vrijwel intacte schietopstelling. De schietgaten zijn goed zichtbaar.

Duitse schietopstelling, compleet met verhogingen, munitiebergplaatsen en schuilbunkers.

Wie wil kan de linie door het bos nog lang volgen. Naar het westen richting de Maas wordt minder onderhoud gepleegd.

Duitse stellingen in het Bois d’Apremont ten westen van het Bois Brűllé

Een Duits hospitaal in het bos van Gobessart. Een grote, stevige constructie vlak achter het front.

Het interieur van het hospitaal, dat nog geen kilometer achter de linies lag.

Het graf van majoor Staubwasser in de bossen van Gobessart is leeg. Hij ligt nu op de begraafplaats vlakbij in het Foręt Domaniale de Gobessart. Staubwasser sneuvelde in september 1914 en zijn granaatvormige grafsteen heeft de geschiedenis overleefd.

Het Duitse kruis op de grafzerk. Opvallende anekdote is dat Staubwasser in november 1914, maanden na zijn dood dus, werd gepromoveerd. Dit is noch op deze zerk, nog op zijn huidige graf verwerkt.

 

Intrigerend is dat de zerk in 1915 is gemaakt en dus niet verder reikte dan dat oorlogsjaar…

Op de Duitse begraafplaats in het bos van Gobessart staan nog tientallen privé-monumentjes voor gevallen kameraden. Staubwasser ligt hier ook begraven.

Het standbeeld dat de begraafplaats bewaakt houdt een geweer en een pickelhaube vast.

Een overzicht van de gedenkstenen, keurig onderhouden in een hoek van de begraafplaats.

"Er starb als Held" 1915..

Imposant doorkijkje tussen de oude Duitse grafstenen op Deutscher Soldatenfriedhof St.-Mihiel, waar 6048 gesneuvelden rusten, waaronder twee Hongaren. Op deze begraafplaats zijn 2969 individuele graven waaronder 7 van onbekenden. 3077 gesneuvelden, waaronder 636 onbekenden, rusten in een gemeenschappelijk graf. Aan de omheiningsmuur werd een gedenkplaat bevestigd met de namen van de geďdentificeerde lichamen.

Eregraf van een Duitse luitenant op Deutscher Soldatenfriedhof St.-Mihiel. Het veld bevat een ware schat aan oude graven, die uitstekend onderhouden worden.

-V-
Home