De Somme in beeld (29)
Van St. Paul aux Bois via Blérancourt , Cuts en Moulin sous Touvent naar Maison Rouge

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

 

Een van de monumentjes op de fraai onderhouden plot in St. Paul aux Bois.

In Blérancourt is het Museum of Franco-American Cooperation gevestigd. Een van de grondleggers hiervan tijdens en na de Grote Oorlog was Anne Murray Dike.

 

 

Anne Murray Dike was arts en bevriend met de drijvende kracht achter de grote hulporganisatie die al tijdens de oorlog werd opgericht: Anne Morgan. Het tweetal investeerde op indrukwekkende manier in de streek en in tal van hulporganisaties om Frankrijk weer op te bouwen.

 

 

Het fraaie kasteel werd gebouwd in de 17e eeuw als een landhuis voor de familie de Gesvres.

 Tijdens de Franse Revolutie werd het door de staat overgenomen en het centrale deel van het gebouw werd gesloopt. Alles wat overbleef waren de grote poort en twee vleugels.

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de resterende gebouwen zwaar beschadigd. Na de Duitse terugtocht in 1917, maakten Anne Morgan en Anne Murray Dike, twee rijke Amerikaanse dames, er het hoofdkwartier van C.A.R.D. (Amerikaanse Comité voor de verwoeste regio's of “Comité américain pour les régions dévastées”) van. Ze begonnen met het oprichten van een houten gebouw met een kantoor en magazijn plus een apotheek en huishoudschool. Hun doel was niet alleen om gratis voedsel te verstrekken, maar om de lokale bevolking weer op de been te helpen.

 

In 1918 vernietigde het Duitse offensief wat er nog van het gebouw over was. Anne Morgan, dochter van de steenrijke J.P. Morgan, kocht de ruïnes in 1919.

Op 30 juli van hetzelfde jaar werden Anne Morgan en Anne Murray Dike in het kasteel tot Officieren van het Légion d'Honneur geslagen door generaal Pétain.

 

 

In de tuinen van het kasteel staat tegen een gerestaureerde tuinmuur het borstbeeld van een bijzondere Amerikaan: Abram Piatt Andrew Jr. (12 februari 1873 - 3 juni 1936).

Hij was een econoom, een adjunct-secretaris van de Schatkist, de oprichter en directeur van de Amerikaanse Ambulance Field Service tijdens de Eerste Wereldoorlog, en jarenlang Congreslid voor Massachusetts
.

 

 

Deze gedreven Amerikaan stak vrijwillig de oceaan over naar het Franse front, waar hij begon als ambulancechauffeur. Al gauw vielen zijn talenten op (hij was o.m. afgestudeerd aan Princeton).

Piatt, luitenant-kolonel van het Amerikaanse leger.

 

 

Toen de Amerikaanse Field Service werd overgedragen aan het staande Amerikaanse leger in 1917, had Piatt vierendertig ambulance secties bemand door 1200 Amerikaanse vrijwilligers gevormd. Een totaal van 2.100 vrijwilligers had zich in die 2 jaar aangemeld.

 

 

De cimetière van Blérancourt ligt aan de zuidkant van het dorp.

 

 

Een kleine plot Franse graven stamt uit 1917.

 

 

In een hoekje van de cimetière ligt luitenant Coullier, een artillerist. Hij sneuvelde in april 1918.

 

 

Cimetière militaire de Cuts. 3296 Fransen en een Rus rusten hier, 1770 van hen in ossuaires.

 

 

Cimetière militaire de Cuts is een verzamelbegraafplaats, die na de oorlog werd aangelegd.

 

 

Het monument tussen de ossuaires met ervoor de silhouetten van Frankrijk en Afrika door elkaar op een eenvoudige steen.

 

 

Een van de massagraven op Cimetière militaire de Cuts.

 

 

Op de kruising van de D934 en de D130 vinden we tal van herinneringen aan de Grote Oorlog. Deze calvaire vertelt het verhaal van de gevechten van september 1914 en juni tot augustus 1918, om de nabijgelegen Mont de Choisy, en de restauratie van de Calvaire door rondreizende dames van het rode kruis.

 

 

Tegenover de Calvaire staat een monument voor de Somaliërs die op de Mont de Choisy standhielden tijdens het Duitse voorjaarsoffensief.

 

 

Foch memoreerde dat deze eenheid de Duitsers de weg naar Parijs hadden ontzegd. De plaque met de tekst hangt links op het monument. Alle wapenfeiten van de Somaliërs vinden we rechts terug.

 

 

Gedenksteen met Somalische gesneuvelden van het 1me Bataillon de Tirailleurs Somalis op de 3e hoek van de kruising.

 

 

Detail van het monument.

 

 

Plaques voor sergeant Sedille van het 3me Regiment Zouaves, en een ode aan de Tirailleurs.

Het rivierengebied tussen Compiègne en Soissons is heuvelachtig en wordt doorkliefd met diepe dalen. Op de hoogte van Touvent, vlak bij het dorpje Moulin sous Touvent, is een monument opgericht voor de Zouaven in tal van conflicten vochten, waaronder in de mijnenoorlog in deze streek tijdens de Grote Oorlog.

 

 

Beeld van het Zouaven-monument. Een Fez staat tussen het oprichtingsjaar en het jaar waarin de Regimenten werden opgeheven.

 

 

Het opschrift luidt: "1831 - 1962 - Aux Zouaves - 1944 - 1945 - La 1ère DB à ses Zouaves."

 

 

Naast het monumentje met de Fez liggen deze twee stenen met het opschrift van alle wapenfeiten: "La Butte aux Zouaves - Bois Saint Mard - Carlepont - Quennevières - Maison Rouge - Algérie 1831-1857 - Crimée 1854-1855 - Italie 1859 - Syrie 1860 - Mexique 1862-1867 - 1870-1871 - Extrême Orient 1883-1900 - Maroc 1907-1914 - 1914-1918 - 1939-1945 - Algérie 1954-1962."

 

 

Op het informatiepaneel bij het monument is duidelijk te zien hoe de loopgraven zich door de omgeving kronkelden.

 

 

Een helling naar het oosten vanaf het Zouavenmonument staat het Croix de la Maison Rouge aan een pad vanaf de D145.

 

 

 

De tekst spreekt voor zich:

"A la mémoire des officiers et soldats des 278e et 358e Régiments d'Infanterie morts glorieusement pour la France à la défense de la Maison Rouge le 20 septembre 1914"

In de overwegend steile hellingen van deze streek zijn de grote grotten niet te tellen. Deze ligt vlak bij het Croix de la Maison Rouge en wordt door de boeren gebruikt.

 

-V-

Home