De Marne in beeld(56)
van Fère-Champenoise naar Connantre

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

 

Langs de D5 richting Fère-Champenoise staat een bescheiden monument voor kapitein Henri Zehrfuss.

 

 

Kapitein Henri Antoine Zehrfuss, herkomstig uit Rémiremont, sneuvelde op 8 september 1914. Hij diende bij de 18e division d'infanterie (18e DI) en was drager van de Chevalier de la légion d'honneur en het Croix de Guerre. In de Citation à l'Ordre de la 3é Armée du 22/11/1914 staat: "A sollicité une mission particulièrement périlleuse, l'a exécutée en automobile à cause de l'urgence, bien qu'il en résultât un plus grand danger, l'a accomplie jusqu'au bout avec un calme qui a fait impression sur les troupes voisines, et a été mortellement frappé"

 

De tekst is ook op het monumentje te vinden.

De Mairie van Fère-Champenoise. Dit stadje lag in het hart van de slag aan de Marne en de gebeurtenissen van begin september 1914.

 

 

Op de gevel van de Mairie hangt deze plaque die die centrale rol nog eens benadrukt: "De cette mairie, le Général Foch, les 4 et 5 septembre 1914, lance ses premiers ordres pour la bataille de la Marne. Le 10 septembre il y entre en vainqueur et organisé la poursuite de l'ennemi. La résistance inébranlable de la 9e Armée rendit possible la Victoire de la Marne"

In de grote raadszaal van de Mairie van Fère-Champenoise zijn twee grote schilderingen aangebracht met de gevallen stadsgenoten en fraaie symbolische afbeeldingen.

 



 

 

Beide schilderingen in de Mairie. De energieke burgemeester was zo vriendelijk het gebouw te openen en ons rond te leiden.

 

 

Fère-Champenoise is drager van het Croix de Guerre met palm (onder), met daarboven het bijbehorende diploma. Beide lijsten hangen trots in de entree van de Marie.

Robert Delandre (1879-1961) ontwierp en maakte het stadsmonument van Fère-Champenoise. 122 namen van stadsgenoten die het leven lieten sieren het monument. De vlaggen waren ter gelegenheid van de viering van de overwinning in september 1914 aangebracht.

 

 

“Centre des operations militaires victorieuses de la première bataille de la Marne a été bombardee et incendiée par l’ennemi”

 

 

Op de achterzijde van het monument is een treurende weduwe met gedenkkrans te zien bij een casque Adrian.

 

 

Michelin verkeersbord wat verwijst naar de cimetiere militaire de Fère-Champenoise.

 

 

De toegang tot zowel de civiele als de militaire begraafplaats is ook voorzien van een informatiepaneel over de Slag aan de Marne.

 

 

Plaque aan de muur van de cimetiere communal de Fère-Champenoise voor de fabrieksarbeiders van de lokale kousenfabriek: “Au Personnel de l'usine de bonneterie VERDIER, tombé au Champ d'Honneur”

 

 

De toegang tot de Nécropole nationale de Fère-Champenoise, ten zuiden van de stad. Het bordje van de CWGC rechts is goed zichtbaar.

 

 

Informatiepaneel op de Nécropole nationale de Fère-Champenoise, waarop Foch opnieuw prominent is afgebeeld.

Op deze Nécropole, die een oppervlakte heeft van 16.480 m², werden de lichamen begraven van 5.986 soldaten: 5816 Franse soldaten waarvan 3.349 in ossuaires, 4 Britten, 2 Tsjechen, gesneuveld tijdens de Grote Oorlog en 161 Franse soldaten en 3 Belgische soldaten, gesneuveld tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

 

De Nécropole werd in 1920 aangelegd met het bijeen brengen van de lichamen vanuit Fère-Champenoise, Aulnay-aux-Planches, Le Gault-et-Soigny, Connantre, Ecury-sur-Coole, Coizard-Joches, La Villeneuve-lès-Charleville, Connantray, Vertus, Sompuis, Les Essarts-lès-Sézanne, Loisy-en-Brie, Somessous, Chichey, Vassimont, Haussimont, Saint-Bon, Charleville, Talus-Saint-Rix, Corfélix, Soudron, Esternay, Boussy-le-Repos, Saint-Genest, La Noue, Broyes, Escardes, Anglure, Lachy, Mondement, Reuves, Soizy-aux-Bois, Rieux, Courbetaux, Courcemain, Toulon-la-Montagne, Le Thoult-Trosnay, Sézane, l'Aube en la Haute-Marne.

 

 

De vier Britse graven stammen allen uit het bloedigste oorlogsjaar, 1918.

 



 

 

Centraal op de Nécropole tussen de twee ossuaires staat dit monument met de inscriptie: "Le Souvenir Français aux Morts de la Grande Guerre - 1914-1918 1939-1945"

 

 

3.349 Franse soldaten zijn in de ossuaires begraven.

 

 

Plaque voor Prosper Primault op het centrale monument:

Prosper Emile Primault sneuvelde op 18 september 1914 (Fère-Champenoise, 51 - Marne). Hij diende bij het 114e régiment d'infanterie (114e RI)

 

 

Plaque aan de binnenkant van de toegang, waarop de schenking van de grond voor deze Nécropole door de familie Bijot wordt herdacht. De familie verloor hun zoon in 1917.

Het verhaal van dokter Cazalis en de 42me Division die verantwoordelijk was voor de herovering van Fère-Champenoise staat bij de ingang van de begraafplaatsen.

 

 

De Deutsche Soldatenfriedhof Connantre werd in 1922 als verzamelbegraafplaats aangelegd. De lichamen van Duitse soldaten uit maar liefst 67 gemeenten werden hier begraven. De soldaten zijn herkomstig uit Oost- en Westpreußen, Schlesien, Sachsen, Niedersachsen, Schleswig-Holstein, Westfalen, Württemberg en het Rheinland.

 

 

Informatiepaneel bij de Deutsche Soldatenfriedhof Connantre. De doden op deze begraafplaats behoorden tot 92 Infanterie-, 6 Cavalerie- und 14 Artillerieregimenten. Van de 8931 doden zijn er slechts 526 in een eigen graf begraven. 5170 doden zijn onbekend.

 

 

Het middelpunt is een terracotta sculptuur (gemaakt in de Staatlichen Porzellan-Manufaktur Nymphenburg). Het plastic wordt beschermd door een uitgebreid koperen rooster.

 

 

Details van de vrouw- en de vaderfiguur in de sculptuur.

 

-V-

Home