De Marne in beeld(49)
Van Sillery via Epoye. Marmery, Trépail en Aigny naar Juvigny

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

 

Nécropole Nationale de Sillery ligt ten zuidoosten van Reims

 

 

Op deze begraafplaats zijn de graven van 11.259 Franse soldaten te vinden. Deze soldaten waren eerder begraven in de gemeenten Sillery, Saint-Leonard, La Glaciere, Mailly-Champagne, Taissy, Beaumont-sur-Vesle, Chigny-les-Roses, Ludes, Verzenay, Louvois, Treslon, Prosnes, Puisieulx, Les-Petites-Loges, Wez, Ecueil, Cormontreuil, Beine-Nauroy, Chamery, La-Neuvillette, Reims, Witry-les-Reims en Fort La Pompelle.

Ze zijn verdeeld in 5.711 individuele graven en 5.548 niet-geïdentificeerde begraven in twee ossuaires.

 

De ontwikkeling van de Nécropole duurde tien jaar, tussen 1923 en 1933, en de hele site heeft een oppervlakte van 24966 m2.

 Afgezien van de lichamen van 11.228 Franse soldaten, zijn er ook de graven van 2 Tsjechen gedood tijdens de Grote Oorlog en die van 29 Franse soldaten gedood tijdens de Tweede Wereldoorlog te vinden.

 

 

Midden op Nécropole Nationale de Sillery staat een monument voor de 97e Divisie, en meer specifiek het 211e, 291e, 300e en 301e R.I. De eenheden zijn in de vier zijden te vinden.

 

 

De vermelding van de 97eme division Territoriale.

 

 

Ossuaire nr. 1 van de nationale necropolis van Sillery bevat de lichamen van 483 soldaten, waaronder 241 onbekenden. Ossuaire No. 2 (foto) Bevat de lichamen van 5065 soldaten, waaronder 4827 onbekenden, gevonden in de gemeenten Reims, Beine en Versy.

 

 

De buitenwijken van Sillery grenzen aan de grote Nécropole.

 

 

Een Mausoleum ter nagedachtenis aan de bloedige Champagne-gevechten staat op een heuvel achteraan de Nécropole.

 

 

Wat deze begraafplaats onderscheidend maakt, is dit kapel-Mausoleum, gewijd aan de vermisten, gelegen achteraan de Nécropole. Ingehuldigd in 1927, wordt het gedomineerd door een lange “phare” bedoeld om een eeuwige vlam te bevatten. Deze kapel is, ongewoon voor structuren op een Nécropole nationale, een typerend Art Déco-ontwerp en het was in feite een van de twee modellen die door de stad Reims werden tentoongesteld op de Exposition des Arts Décoratifs in 1925 in Parijs (de andere is de Carnegie Library ).

 

 

 

De architect is Adolphe Prost en het beeldhouwwerk van Édouard Sedley, samen met Berton, Lacote en Pellue; het glas in lood is van Jacques Simon, het ijzerwerk van Marcel Decrion en het betonwerk werd uitgevoerd door Demay. Het landschap rond de kapel werd aangelegd door Édouard Redant.

 

 

Ongeveer 1,5 km van het dorp Epoye (Marne), wat verdwaald in de velden, is een monument ter ere van een luitenant-vlieger André Bizard te vinden. Hij werd neergeschoten door een vijandelijk vliegtuig terwijl hij terugkeerde van een verkenningsmissie met zijn bemanning, kapitein Charles Garnier (waarnemer) en de kandidaat Paul Rives (schutter).

Alleen luitenant André Bizard werd gedood in de crash van het vliegtuig dat hij vloog, een Farman F50.

 

Naast de stele werd een plaquette aangebracht op initiatief van de vereniging "Memories of the Monts de Champagne" en de stad Epoye.

 

De tekst luidt:

Luitenant Paul André Jacques BIZARD:

Geboren op 6 januari 1894 Angers (49 Maine et Loire)

- Saint-Cyr-promotie van de Croix du Drapeau op 1 oktober 1913

- Luitenant bij de 9e jager

- Ridder van het legioen van eer 26 oktober 1914

- Militair pilootcertificaat op 11/12/1917 in Cernon (Marne)

- Piloot commandant van het V 114 squadron

 

 

Bizard was gedecoreerd met het Croix de Guerre; 6 citaten in de legerordes. Bizard raakte meerdere keren gewond, was waarnemer en eersteklas fotograaf, en maakte meer dan 136 bombardementsvluchten.

 

Zo werd zijn dood beschreven in Orde van het leger nr. 152 van 8 februari 1919: “(Bizard was een) Officier van grote waarde, een briljante squadronleider, en een opmerkelijke nachtpiloot.”

 

Luitenant Bizard vloog met een 275 pk tweemotorige F50 Farman, een tweedekker die 3 bemanningsleden, 10 bommen van 40 kg en 2 x 7,7 mm machinegeweren kon vervoeren. Hij kon met 150 km / u vliegen met een radius van 420 km. Het toestel had een spanwijdte van 22,85 m en een lengte van 10,92 m met een gewicht van ongeveer 2100 kg.

 

Bizard werd neergeschoten door luitenant Fritz Anders (commandant van Jasta 73, met 7 bevestigde overwinningen waarvan 5 's nachts met 2.335 vlieguren) in de nacht van 25 op 26 september 1918.

Nécropole Nationale de Villers-Marmery werd gesticht in oktober 1915 als verzamelplaats voor de gesneuvelden die stierven in ziekenhuis ambulance 204. Dit ziekenhuis functioneerde gedurende de hele verdere oorlog.

 

 

489 graven zijn op deze Nécropole ondergebracht op 3 963 m2. In totaal zijn hier 523 soldaten begraven.

 

 

Informatiepaneel van Nécropole Nationale de Villers-Marmery.

 

 

De Nécropole is sinds ons vorige bezoek enorm opgeknapt. Dramatische foto van de tegen een helling liggend graven.

 

 

Hier liggen soldaten van het 2e, 13e, 25e, 27e, 47e, 59e, 85e, 95e, 100e, 124e, 130e, 225e, 248e R.I., en het 27e, 117e, 135e, 209e R.I.T. begraven.

 

 

Cimetiere communal de Trépail, een klein dorp aan de oostelijke flanken van het Parc Naturel Régional de la Montagne de Reims.

 

 

Op de cimetiere tussen de wijnranken ligt een Franse soldaat begraven.

 

 

Het betreft Adrien Nicolas Jean Colombier, Maréchal des Logis bij het 1er R.A.C. (Régiment d'Artillerie de Campagne). Colombier ontving het Croix de guerre avec palme de bronze et étoile de vermeil en wordt in meerdere dagorders beschreven. Hij sneuvelde op 19/04/1917.

Een plaque achter het dorpsmonument, dat ook op de cimetiere communal staat, is opgedragen aan de brandweermensen uit het dorp: "Commune de Condé-sur-Marne - Subdivision de sapeurs-pompiers - Guerre de 1914-1918 - Sapeurs morts pour la France"

 

 

Blik op het dorpsmonument, met daarachter de plaque voor de brandweermensen. Rechts een fraai oorlogsgraf op deze cimetiere. Het zwaard is een antiek grafmotief wat nog regelmatig op cimetières te vinden is.

 

 

Rond de kerk van Aigny ligt de cimetiere communal.

 

 

Een Brits graf staat tussen de burgergraven; het is van Sapper Lee, die in 1918 sneuvelde.

 

 

 Thomas Henry Lee diende bij de Royal Engineers, 62e Div Signal Company.

sous-lieutenant Mazella diende bij het 9e régiment de chasseurs à Cheval (9e RCC) die sneuvelde op 27 juni 1916. Het graf is uitbundig voorzien van kunstbloemen.

 

 

Interieur van de Église Notre-Dame in Juvigny, een dorpje aan de Marne ten zuidoosten van Reims.

 

-V-

Home