De Marne in beeld(37)
Van Dormans via la Chapelle Monthodon en Chézy naar Fère-en-Tardenois

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

 

Deutscher soldatenfriedhof Dormans. De begraafplaats werd eind juli 1918 door de Franse militaire autoriteiten aangelegd om zowel de Franse als de Duitse gesneuvelde soldaten te begraven. Deze doden waren het slachtoffer van de gevechten tijdens de Duitse opmars in augustus en september 1914 en de daaropvolgende Eerste Slag bij de Marne.

 

Op 27 mei 1918 begonnen de Duitsers Operatie Blücher-Yorck, een offensief (als onderdeel van hun lenteoffensief) waarbij ze na drie dagen Dormans bereikten. Ondanks verschillende pogingen konden ze de Marne niet oversteken. Op 18 juli 1918 voerden de geallieerde troepen vanuit het bos van Villers-Cotterêts een tegenaanval uit waardoor de Duitse troepen zich moesten terugtrekken. De meerderheid van de hier begraven slachtoffers vielen gedurende deze strijd. In 1922 werden nog gesneuvelden vanuit 33 omliggende locaties naar hier overgebracht.

 

 

Na het sluiten van het Frans-Duitse oorlogsgravenverdrag van 19 juli 1966[2] kon een aanvang gemaakt worden met de definitieve aanleg en onderhoud van de begraafplaats. In 1972 werden de tijdelijke houten grafkruisen vervangen door de huidige natuurstenen exemplaren waaronder 2 tot 4 doden begraven liggen.

 

Er rusten nu 1.931 doden waarvan er 971 in individuele graven liggen. Zeven van hen konden niet geïdentificeerd worden. In 2 massagraven liggen 960 slachtoffers waarvan slechts 96 namen bekend zijn. Deze namen staan op 10 stenen platen vermeld.

 

 

Verwijzing naar het Mémorial des Victoires de la Marne, dat op de hellingen boven het stadje gebouwd is.

 

 

De herdenkingsstrijd van de Marne is in feite een kapel Het maakt deel uit van de monumenten van de katholieke massaherdenking ter nagedachtenis van de militaire en burgerlijke slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog samen met het ossuarium van Douaumont, Notre-Dame de Lorette en het gedenkteken van Sint -Anne-d'Auray (Morbihan).

Het was uit dankbaarheid aan God en ter nagedachtenis van alle slachtoffers van deze oorlog, dat besloten werd om al in 1919 een monument op te richten in het park van het kasteel van Dormans. Om dit te bereiken werd een commissie opgericht door de hertogin van Estissac, die de initiatiefnemer was van het project. De commissie omvatte kardinaal Luçon (aartsbisschop van Reims), Joseph-Marie Tissier (bisschop van Chalons) en maarschalk Foch die de locatie mocht aanwijzen.

Een werkgroep wordt op 8 juli 1919 in het leven geroepen en de bouwplek werd dezelfde dag gezegend. De eerste steen werd gelegd op 18 juli 1920.

 

Tegenwoordig is de stad eigenaar van de muren, maar het is de l'association du Mémorial des batailles de la Marne die de herinnering levend houdt.

 

Het monument is 52 meter hoog, en staat op de top van een heuvel, 117 meter boven de Marne. Een loopbrug rond de klokkentoren biedt een weids uitzicht over de Marne-vallei en het slagveld. De architect was Georges Alexandre Closson.

 

 

" Dono Donavit Carolus Lorin in memoriam dilecti filii Stephani qui pro Gallia militans " - Saint-Michel verslaat de draak op een van de vensters in de kapel.

Soldatenkopjes sieren de toegang.

 

 

Centraal in de kapel is het monumentale glas-in-loodraam, 7 meter hoog en ontworpen door Charles Lorin, een meester-glasblazer uit Chartres. Vele bekende namen en gezichten vormen het decor, waaronder….

 

 

Kolonel Driant, de held van Verdun, compleet met medailles en wandelstok.

Zicht vanaf de toren op de gegraveerde torens.

 

 

De centrale hal met het glas in loodraam boven het altaar.

Veldmaarschalk Foch zelf kijkt neer op de centrale hal van de kapel.

 

 

Een serie glas in loodramen siert een van de vleugels van de centrale hal. De symboliek is sterk, zoals te zien is op dit raam voor de medische troepen

De vuurtoren als baken van monumenten en begraafplaatsen was in het interbellum in zwang.

 

 

De klosstergang aan de kapel Onder het klooster is een gedetailleerde weergave van de slagen van 191 en 1918, waarin de maarschalken Joffre en Foch en prominente plek hebben.

 

 

Bij de kapel zijn ook 1360 soldaten begraven en zijn vele inscripties naar Regimenten en veldslagen te vinden.

 

 

De Renault FT in de tuin van het Mémorial des Victoires de la Marne, was een van de wapens die uiteindelijk de doorslag gaf in het bloedige jaar 1918. Renault zelf ontwierp deze lichte tank die in vele legers nog tot aan de Tweede Wereldoorlog zouden worden gebruikt, waaronder Nederland. 1 exemplaar slechts had dit land in zijn arsenaal.

 

 

Fraaie tegel met het overzicht over de oude slagvelden van de Marne, te vinden voor het Mémorial des Victoires de la Marne.

 

 

Op een wegsplitsing in het nietige la Chapelle Monthodon staat dit monument met reliëf en inscripties.

 

 

Monument de la Ferme de la Verdure werd opgericht op het stoppen van het laatste Duitse offensief te gedenken.

 

 

Reliëf op het monument, gesigneerd G. Sogny 1929.

 

 

Twee recente plaques op het Monument de la Ferme de la Verdure, met de eenheden die hier de linie vormden.

 

 

Op de kruising van de D20 en de weg naar Chézy is een gelegenheidsmonument ingericht. Metalen figuren van poilu’s en Duitse infanterie (met de pickelhaube uit 1914) staan langs de weg waar het Duitse offensief tot stilstand kwam in 1918.

 

 

Soms zijn het de kleine, geïmproviseerde monumentjes die het meest raken. Het verhaal van de Duitse soldaat Georg Achner is er een uit een reeks die hier op de kruising te vinden zijn. Het accentueert de triestheid van de oorlog.

42nd Rainbow Division Memorial ten zuiden van Fère-en-Tardenois.

 

 

Het indrukwekkende monument staat naast de resten van la Croix Rouge Ferme, een grote boerderij in 1918, langs de D3.

 

 

Het monument, gelegen op de plaats van de strijd bij Fère-en-Tardenois, eert de dienst en het offer van WWI-militairen van de 42nd Infantry Division, in het bijzonder de mannen van het 167th Infantry Regiment uit Alabama. Ontworpen door de Brit James Butler is het monument een geschenk van de vader van Sgt. William Johnson Frazer, die gewond raakte in de strijd tijdens een bajonetaanval.

 

De eenheid kreeg zijn bijnaam "Rainbow Division" toen zijn eerste stafchef, toen kolonel Douglas MacArthur, de samenstelling van de 26 nationale garde-eenheden binnen de divisie beschreef als "zich uitstrekkend over Amerika als een regenboog."

 

 

Plaque ter ere van de schenker.

 

-V-

Home