De Marne in beeld(24)
Van Coyolles via Vauciennes, Villers-Cotterêts en Dampleux naar Vivières

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

 

Graven op cimetiere communale de Coyolles, in verschillende staten van onderhoud. Paul Cocagne diende bij het 8e régiment de Hussards (8e RH) en sneuvelde op2 juni 1918. Emile Millon was soldaat 2e classe in het 330e régiment d'infanterie (330e RI) en stierf in het ziekenhuis op 12 april 1917.

 

 

Sfeerbeeld van twee graven op cimetiere communale de Coyolles.

 

 

Cimetiere communale de Vauciennes, een klein dorpje ten westen van Villers-Cotterêts.

 

 

Twee soldatengraven voor de broers Laoureux, weggestopt achter een moderne grafsteen op Cimetiere communale de Vauciennes.

 

 

Choquart diende bij het 16e R.D. [Cavalerie/A.B.C.] en sneuvelde al op 14 augustus 1914 in België.

 

 

39 namen gedenkt Vauciennes op het dorpsmonument: "Pro Patria – La Commune de Vauciennes à ses Enfants Morts pour la France 1914-1918"

Vauciennes heeft haar eigen Guynemer-monument onlangs vernieuwd en geplaatst langs de drukke N2 voor het gemeentehuis. De tekst luidt: "D'ici partit le 19 juillet 1915 Georges Guynemer sur Morane Parasol pour abattre son premier avion ennemi. Notre héros national obtint ainsi 53 victoires"

 

 

De nieuwe steen staat enigszins verloren op het talud zonder nomenswaardige context.

 

 

Frankrijks bekendste en beroemdste piloot: Op het moment van zijn verdwijning was Guynemer een nationale held. Met 53 erkende luchtoverwinningen (plus nog eens 35 die hij mogelijk zou hebben behaald) was hij op dat moment de meest succesvolle Franse "aas". Zijn vliegtuig was daarvoor al zeven keer neergeschoten, maar hij had het telkens overleefd. Hij was ook de eerste die een Gotha-bommenwerper wist neer te schieten. Ooit haalde hij vier vliegtuigen neer op één dag (25 mei 1917).

 

 

Informatiepaneel van Nėcropole Nationale de Villers-Cotterêts.

 

 

 

Nėcropole Nationale Villers-Cotterêts werd opgericht in 1914, op de weg van Compiègne, om te dienen als laatste rustplaats voor de dode soldaten van het militaire ziekenhuis van de stad. Na 11 november 1918 werd de militaire begraafplaats uitgebreid met lichamen van andere tijdelijke begraafplaatsen.

 

 

 Nėcropole Nationale Villers-Cotterêts, met een oppervlakte van één hectare, telt 3411 graven, waarvan 2496 individueel en 933 in dit ossuaire.

 

 

Drie Britse soldaten werden ook begraven op deze begraafplaats, waaronder een onbekende Canadese soldaat en vier Russische soldaten. Tien Franse soldaten die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gedood, werden hier ook begraven.

 

 

Sfeerbeeld in mei op Nėcropole Nationale Villers-Cotterêts.

 

 

Veteranengraven liggen er onverzorgd bij naast Nėcropole Nationale Villers-Cotterêts.

 

 

Stadsmonument van de stad, ingehuldigd op 22 juli 1923 vlakbij het toenmalige Hospice: "La Ville de Villers-Cotterets à ses enfants Morts pour la France - Marne, Yser 1914 - Eparges, Artois, Argonne et Dardanelles 1915 - Somme, Verdun 1916 - Aisne 1917 - Orient, Champagne, Marne 1918 - 1939-1945".

Schuin tegenover het monument aan de Place Aristide Briant ligt het oude hospitaal. In de toegangspoort hangt deze plaque.

 

 

De tegel is gewijd aan het Amerikaanse rode kruis die hier in het laatste oorlogsjaar een hulppost hadden.

 

 

Gelegen aan de rand van de D973, langs de weg Villers-Cotterêts in Dampleux, tegenover het Maison de Forêt van Dampleux, is dit monument te vinden ter nagedachtenis aan enkele boswachters. Georges Deperrois viel op 20 januari 1915 in Bois de la Gruerie (in de Argonne kreeg dit bos de bijnaam Bos van de Dood vanwege de gewelddadige gevechten die plaatsvonden van december 1914 tot eind 1915 met intense momenten in het eerste kwartaal van dit jaar) maar ook Ferdinand Humbert (4/10/1914), Henri Magnan (28/10/1914) en Charles Rambouillet (29/11/1914).

 

 

Guards 'Grave Cemetery is een militaire begraafplaats in de buurt van Villers-Cotterêts in Noord-Frankrijk, beheerd door de Commonwealth War Graves Commission.

 

In 1914 vocht de Britse expeditieleger hier een achterhoedegevecht tijdens de terugtocht uit Mons. Op 1 september kwam de Britse 4e (Guards) Brigade die de terugtrekking van de 2e divisie dekte, in contact met de leidende eenheden van het Duitse III-korps aan de rand van het bos nabij Villers-Cotterêts. De brigade verloor meer dan 300 mannen in de ontmoeting, maar kon ontsnappen en doorgaan met de terugtrekking.

 

 

De begraafplaats in zijn oorspronkelijke vorm is gemaakt door Lord Killanin (de broer van Lieut-Col. George Henry Morris, die tijdens de actie op 1 september was gedood) samen met Lord Robert Cecil M.P., die werkte voor de vermistenafdeling van het Rode Kruis (en wiens neef Lieut. George Cecil is hier ook begraven) de Lord Elphinstone en de Revd. H. T. R. Briggs die samen een geïmproviseerd graf hadden ontdekt tijdens hun bezoek in november 1914.

Nu liggen 78 Britten hier begraven.

 

 

Informatiepaneel van de CWGC op Guards 'Grave Cemetery.

 

 

Rudyard Kipling, die de regimentsbiografie van de Ierse Guards van de Eerste Wereldoorlog schreef, zei dat het "misschien wel de mooiste van alle rustplaatsen in Frankrijk" is.

 

 

Monument met als opschrift "Passant arrête-toi" in een bocht van de D81, tussen Vivières en Villers-Cotterêts. Het monument is opgericht door mw. Cecil ter ere van officieren en manschappen van de Grenadier Coldstream en Irish Guards die hier vielen op 1 september 1914 en specifiek voor haar 18-jarige zoon 2e luitenant Georges Edward Cecil.

 

 

De maker van het monument in beeld, ingegraveerd onder een Britse helm die in september 1914 nog niet in zwang was.

 

 

Het verhaal van het monument op de achterzijde.

 

 

De toegang tot cimetiere communale de Vivières ten noorden van Villers-Cotterêts.

 

-V-

Home