april 2013: Artois

In 2013 staan er diverse trips op het programma.
In april reizen we samen naar Artois. Het koele voorjaar is een keertje gunstig gezind en op de eerste dag in de vroege morgen staan we met opgaande zon in Ploegsteert Wood. Via Armentières en de streek van het Duitse Georgette offensief van voorjaar 1918 volgen we de linie langs Fromelles, Neuve Chapelle en Loos. Ik heb in de voorbereidingen nog veel locaties gevonden die ik op de site wil hebben.

Notre dame de Lorette, Vimy en de beruchte heuvelrug baden in de voorjaarszon. We bezoeken de grotten van Arras en bekijken het slagveld van april 1917, waartoe ook Vimy behoort. Het is een uitzonderlijke reis met een 100% score op alle plekjes die ik wil fotograferen. Ongehoord!


voorbeeld van Britsen in de grotten van Arras


juli 2013: Leuven, Halen en Tienen

In juli rijden we naar Leuven en bezoeken de bescheiden slagvelden van Tienen en Halen. We vragen ons af of deze dappere Belgische pogingen om het enorme Duitse leger op te houden, effect hebben gehad aan de Marne, een maand later. De uitvallen uit Antwerpen zullen de Duitse bevelhebbers hoofdpijn hebben bezorgd.

De streek is prachtig, Halen en Tienen hebben beiden hun bescheiden museum, maar druk bezocht zijn ze niet. Sonde dat lokale initiatieven een langzame dood lijken te sterven; ze verdienen beter. In Halen worden we ontvangen door mw.
Stroobants, echtgenote van de overleden oprichter. Er is verder niemand. We praten met haar. De gemeente wil aan de herdenkingen sleutelen na de herdenkingen van 2014. Subsidiekranen zijn dicht. Wat moet er worden van dit stukje Belgische glorie?

We eten en slapen in het zonnige hart van Leuven. De stad werd deels in de as gelegd inclusief de beroemde bieb. Gevelsteentjes laten zien hoeveel huizen warden vernield. Voor die tijd ongehoorde barbarij, nu helaas gemeengoed.
En wie denkt nog aan de cyclisten, de zilveren helmen, de kranige weerstand? We gummen geschiedenis langzaam maar zeker en het voelt niet goed.

 

augustus 2013: Westhoek

Drie dagen om achterstallig onderhoud te doen in de Westhoek. M.n. De achterlanden van de frontlinie bevatten nog vele schatten met even bijzondere verhalen. Langs de kust is het opvallend rustig in deze mooie zomerperiode. Het Zouaven-monument in Koksijde, kerkvensters in Pervijze of Esen, kerkhoven in Adinkerke of Hooglede; een stukje Frans, beetje Engels, en over de IJzer overgebleven Duits. De gasaanvallen kruisen de Belgische opmars naar Houthulst, een Frans kruisje in Zuidschote kruist de prachtige gemeentelijke begraafplaats van Roeselare, eenzame kruizen in Loker en geweldige schoonheid in triestheid in Menen. Ik doorkruis het hele gebied van de Iepersaillant, op zoek naar kleine en grote gebeurtenissen. s ‘avonds luister ik naar de Last Post onder bomvolle Menenpoorten, slenter door de Menenstraat langs boeken en medailles en kijk naar eindeloze rijen toeristen die het kanaal zijn overgestoken.


Belgische militaire begraafplaats van Steenkerke

Waarom zijn dit mooie reizen? Uiteraard is daar de passie voor het vinden van dat monument, dat venster, die plaque aan een muur. Dan het vastleggen; informatief maar ook altijd op zoek naar de aparte invalshoek. Het reizen door de rustige streken van België en Frankrijk, waar je de echte bevolking treft; hulpvaardig, bezig met leven in voorheen dode streken. En thuis wachten duizenden foto’s om onderzocht, gerubriceerd en gepubliceerd te worden tijdens de koude wintermaanden. Bovenal heerst het gevoel verbonden te zijn met een tijd die afschuwelijk was en historisch tegelijk; jaren die ons voorgoed veranderden, de wereldkaart aanpasten, oude culturen liet verdwijnen. Dat allemaal in een reis stoppen maakt het een grote ontdekkingstocht vol energie en avontuur.

De derde dag giet het en in een MX5 is dat erg vervelend. Hoort er ook bij.

 

 September 2013: Cambrai en St. Quentin

 

Met Artois in april is Cambrai een vrij logisch vervolg. De grote driehoek Arras-Cambrai-St. Quentin beslaat eigenlijk heel veel verschillende veldslagen. De opmars van 1914, de race naar de zee, de Somme 1916, de terugtocht op de Hindenburglinie, de aanval rond Arras en Vimy 1917, de tankslag van Cambrai 1917, de Kaiserschlacht van 1918, de tegenaanval en de laatste 100 dagen richting de wapenstilstand. Ik kom graag in deze streek. De oude Romeinse wegen bakenen het gebied af, het landschap is golvend en heerlijk rustig en de steden vormen met Péronne en Bapaume aantrekkelijke bakens in de zee van heuvels. Mijn vrouw reist mee en we hebben alweer enkele prachtige dagen aan het einde van een toch al geslaagde zomer.

Ik besluit globaal drie keer west-oost te rijden vanuit Cambrai. De eerste rit is van Arras door de voormalige linies van 1917 richting Cambrai- de route van de heldhaftige Canadezen onder generaal Curie in de laatste 100 dagen van de oorlog. Ze zouden uiteindelijk in Mons stoppen op 11 november.

De Canadezen waren niet van bombastisch, zoals de Amerikanen. De monumenten zijn klein, bescheiden, informatief en relatief nieuw; alsof ze het niet nodig vonden alle hoogstandjes te memoreren. Toen de ellende achter de rug was werden ze, samen met de Australiërs, tot beste geallieerde stoottroepen uitgeroepen.

 

Wat ze langs de huidige D939 uithaalden is niet minder dan een mirakel. Na Ieper, Passendale, Vimy en de tegenaanval vanuit Amiens het zoveelste succes dat de kolonialen op hun erelijst konden schrijven. Ik ken de route, monumenten en plaatsen vrij goed. Monchy, Dury, Marquion, Bourlon; zorgvuldig geplande succesnummers. De rit is fraai, zonnig, heerlijk in dit najaar. Onderweg in Bullecourt doen we ook het museum aan dat de Australische aanvallen op de Hindenburglinie op fraaie wijze memoreert. Het staat er nog maar net. Opnieuw een signaal dat de Grote Oorlog allerminst vergeten is.


Deborah in Flesquières


De tweede route loopt globaal van Bapaume naar Cambrai langs de sporen van de eerste grote tankslag in de historie: de doorbraak van de Hindenburglinie met bijna 500 tanks. De tank Deborah in haar schuur in Flesquières wordt omringd door vrijwilligers die museum en omgeving reorganiseren. De ontmoeting is hartelijk en de gesprekken met hen geweldig. De ruimte is bezaaid met hulzen en uitrusting, en de eigenaar loopt onrustig heen en weer: de eerste groepen worden komend weekend weer verwacht.
In het Bois de Bourlon vind ik nog een klein monumentje van een tank die het bos destijds heeft bereikt. Weer zo’n kruising van veldslagen..

 

De derde route loopt via Péronne naar het oosten en dat betekent Fransen (1914), Australiërs (Bellenglise) en Amerikanen (Bellicourt). Plaatjes van begraafplaatsen met Franse kruizen en prachtige kerkvensters, een eenvoudig Australisch monument op een heuvel en een fors Amerikaans flatgebouw recht boven het St. Quentin-kanaal. Ik weet het, de Amerikanen deden de balans uiteindelijk doorslaan, maar bescheiden..?
St. Quentin vind ik niet heel bijzonder en na deze frontstad scoren we nog wat monumenten (zoals de plek waar de Duitse delegatie zich in november 1918 meldde aan de Franse linies) en koersen met de zon op de bol terug naar huis. 2000 foto’s, een prototype ontdekkingsreis en de laatste alweer van 2013. Op TV worden de eerste gedenkprogramma’s aangekondigd.

- U-

Home