De Chemin des Dames in beeld (11)
Van Bourg et Comin via Villers en Prayeres, Longueval-Barbonval, OEuilly, Pargnan, Maizy en Pontavert, naar la Ville aux Bois

 

 

 

Klik op de foto voor een vergroting

Op de cimetière van Bourg et Comin rusten 11 Britten.

Ale graven zijn gedateerd 1914, de nasleep van de eerste slag aan de Marne.

Drie verschillende plotjes zijn op de begraafplaats te vinden.

Longueval-Barbonval ligt ten zuiden van de Aisne in de kom van de hoogten.

19 Britse soldaten, alle van het 9th Lancers, zijn hier begraven na een tragische beschieting van hun verblijven op 29 september 1914.

Villers en prayeres heeft een forse plot Britse en Franse graven op haar cimetière. Vanwege twee verbandplaatsen in het dorp liggen hier 33 Britten in de karakteristieke dubbele graven.

30 Franse graven uit verschillende oorlogsjaren gaan de Britse vooraf.

Sfeerbeeld en een van de typische dubbele stenen, vaak een indicatie van gesneuvelde gewonden.

1159 Franse soldaten hebben hun laatste rustplaats op cimetière militaire d’OEuilly, aan de oevers van de Aisne. Een grote eerste hulppost in het dorp tijdens de oorlogsjaren is de oorzaak van de aanleg in 1917.

Achter op de cimetière staat het monument voor Joseph Villepelet. Hij sneuvelde op 13 augustus 1917 bij Troyon. Villepelet was pas 21.

Het wat lastiger vindbare kerkhofje van het schitterend gelegen Pargnan.

6 Britten liggen hier begraven sinds 1914 in individuele graven.

Zoals op elke begraafplaats hier zijn de oorlogsjaren zwaar vertegenwoordigd. Het kruis aan de muur van de cimetière gedenkt Henri Perrée van het 93me RI, die 9 mei 1917 sneuvelde. Het Britse graf is van de pas 17-jarige Bernard Brandon, een artillerist uit Watford.

In Maizy is naast de kerk ruïne dit vervallen trio graven te vinden van gesneuvelde Fransen. Niemand bekommert zich er nog om.

Ook mitraillist Alexandre Museur, die sneuvelde op 29 november 1917 en uit Maizy afkomstig was, heeft een vervallen graf.

Langs de D925, die parallel loopt met de Aisne, ligt Nécropole Nationale de Pontavert op een steenworp afstand van het dorp.

8058 Fransen zijn hier sinds de aanleg in 1915 begraven. 67 Britten en 54 Russen hebben hier ook een rustplaats.

1364 lichamen liggen in het grote ossuaire.

Op de Nécropole staat rechts van het ossuaire een monument voor het 31me RI, dat tijdens het Nivelle-offensief, getuige de tekst, succesvol was.

 

"Le 31ème R.I. a enlevé très brillamment les 16, 17 et 18 avril 1917 tous les objectifs qui lui avaient été assignés, et, par un combat opiniâtre, est parvenu à réaliser un gain de terrain de 3 kilomètres en profondeur faisant à lui seul 1.500 prisonniers dont 34 officiers et 170 sous-officiers, et capturant 6 canons, plusieurs minenwerfer, 50 mitrailleuses et un important matériel de toute nature. Régiment d'élite de la plus haute valeur offensive. Ordre général n°172 du 1er mai 1917 du général commandant la Armée ".

Het monument stamt al uit de oorlogsjaren en is in 1920 in Potavert neergezet.

Het keurig onderhouden monument met plaques en christusbeeldje.

In het Bois des Butes, dat uiteindelijk in 1917 door de Fransen werd heroverd, is een gedenksteen te vinden voor Guillaume Apollinaire, die eigenlijk Wilhelm Albert Włodzimierz Apolinary Kostrowicki heette en geboren is in Rome.

Deze schrijver en dichter raakte gewond in 196 en stierf aan de Spaanse Griep in 1918. Hij werd begraven op de wereldberoemde begraafplaats Père-Lachaise in Parijs.

La Ville aux Bois. Het 2nd Battalion the Devonshire Regiment hield hier op  27 mei 1918 enige tijd stand tegen het krachtiger Duitse offensief wat bekend werd onder de naam Blucher/Yorck of de 3e slag aan de Aisne. Het bataljon werd uiteindelijk onder de voet gelopen en gedecimeerd. 

Voor de heldhaftige verdediging ontving het bataljon het Croix de Guerre.

Plaques op de wand van de Mairie van la Ville aux Bois vertellen het dramatische verhaal van de Devonshires.

Op de voet van het gedenkkruis tegenover de Mairie is het offer van het bataljon nogmaals beschreven.

 

-V-

Home