Cambrai-St. Quentin in beeld (7)
van Gouzeaucourt via Etricourt-Manancourt, Moislans, Aizecourt le Bas, Tincourt, Roisel en le Catelet naar  Joncourt

 

 

Klik op de foto voor een vergroting

Gouzeaucourt Communal Cemetery bevat ook twee Russische graven. De begraafplaats was zowel in 1917 als 1918 in gebruik en bevat 1295 graven.

Op een heuveltop ten westen van het dorpje Etricourt-Manancourt staat het eenzame graf van Capt. Cecil Robert TIDSWELL, 1st Royal Dragoons en 19th Sqdn. Royal Flying Corps.

Tidswell sneuvelde 16 oktober 1916 op 36 jarige leeftijd. Het verhaal gaat dat hij naast zijn vliegmachine begraven is.

Naar de kapitein is in zijn woonplaats Henderson een ziekenzaal naar hem genoemd.

Ruim een kilometer ten noorden van het dorp Moislains ligt, langs de regionale weg D184, een kleine Franse militaire begraafplaats. De graven dateren uit augustus 1914 toen de 61ste en 62ste divisie het zwaar te verduren kregen tijdens de eerste slag om de Somme.

Er bevindt zich nog een kleine gedenksteen op de begraafplaats en wel voor kapitein Charles Avril de l'Enclos van het 108ste regiment, hoewel op zijn grafsteen Marie Avril de l'Enclos staat.

Het grote monument aan de achterkant van de begraafplaats met de opschriften '28 Août 1914' en 'La Charente à ses enfants morts pour la France' werd in 1923 opgericht voor het 307ste en 308ste infanterieregiment.

In de kerk van Moislains is een venster te vinden Voor kapitein Marc Guery en zijn zoon Paul. Guery sneuvelde tijdens de gevechten om Moislains op 28 augustus 1914.

Bijzonder: de foto’s van de kapitein en zijn zoon zijn in het gebrandschilderde raam meegenomen. De tekst luidt: “J’ai combattu le bon combat”

Het kerkje van Aizecourt le Bas ligt ook in het slagveld van 1914, 1916 en 1918. Het graf van twee RFC-officieren ligt onopvallend tegen de kerk geschurkt.

De bescheiden kerk, met links in het koor een gedenkvenster voor Eugene Viltart

Over een Eugene Viltard of Viltart is helaas geen informatie te vinden in de Franse bronbestanden.

In het nietige Tincourt ten oosten van Péronne zijn enkele bijzondere graven te vinden. Dit joodse graf van soldaat Binnes bijvoorbeeld;

Of dit steentje tegen de kerk in het Frans en Duits;

Of 2(totaal 3) Britse graven uit september 1918.

878 Britse,574 Duitse en tientallen Franse graven zijn te vinden op Roisel Communal Cemetery.

De naamsteen van de zeer gevarieerde begraafplaats.

Anonieme Duitse graven op Roisel Communal Cemetery

Franse graven op Roisel Communal Cemetery, vele uit 1918.

Beelden van Roisel Communal Cemetery

De Franse graven zijn voorzien van het traditionele kruis en een grafsteen.

Op de kruising van de D442 en de D1044 vlakbij le Catelet staat dit kruis langs de weg. Het is volstrekt onleesbaar geworden maar luidt volgens de auteur: Edouard Diart.

De executieplaats van vier Britten in het dorpje le Catelet, vlak bij het Canal de st. Quentin en de plaats waar de Amerikanen de Hindenburglinie zouden slechten.

Robert Digby, Thomas Donohoe, David Martin en William Thorpe doken vanaf 1914 onder in le Catelet. In mei 1916 werden ze verraden en door de Duitsers als spionnen geëxecuteerd.

Het gemeentehuis van Joncourt heeft de schildering dat het in 1918 als Amerikaans hoofdkwartier diende in ere gehouden. Rechts een plaque ter herdenking van het feit dat luitenant en dichter Wilfred Owen hier in oktober 1918 verbleef.

Joncourt lag in de tweede versterkte linie van de Hindenburglinie, de Beaurevoir-Fonsomme lijn. Wie goed zoekt vindt de restanten van de blockhäuser in bosranden, langs diepe wegen en op heuvelruggen. Hier een voorbeeld ten zuiden van Joncourt.

Joncourt British Cemetery bevat 61 graven uit september en oktober 1918. Joncourt werd door de Australiërs bevrijd.

Bunkers bij Joncourt

-V-

Home