Cambrai-St. Quentin in beeld (1)
Van Arras naar Heninel
opmars van de Canadezen langs de D939

 

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

 

 

Monument langs de D939 komende vanuit Arras. Het gedenkt luitenant Isaacs, die tijdens het apriloffensief van 1917 sneuvelde.

 

 

Op een steenworp afstand ligt Feuchy Chapel British Cemetery. 1103 graven vertellen het verhaal van de aanval in april 1917, de terugtocht in maart 1918 en de Canadese opmars van augustus 1918.

 

 

Demarkatiepaal tegenover Feuchy Chapel British Cemetery.

Tilloy, even buiten Arras. Monument voor de 12th (eastern) division

 



De taak van de 12e divisie, onderdeel van het VI Corps, was om de eerste linie ("Black Line") te veroveren en vervolgens de ondersteunende loopgraven ( "Brown Line")  (de Wancourt-Feuchy geul waaronder het sterke punt bij Feuchy kapel) te bemachtigen. The artillery bombardment opened on 4 April 1917, and the infantry - many of whom had been able to approach the front line in the long tunnels and subways reaching out from Arras itself, advanced behind a creeping barrage on 9 April. The Battle of Arleux**

 

 

Monchy British Cemetery in Monchy-le-Preux. 581 graven herinneren aan de apriloffensieven van 1917 en het begin van het Canadeze offensief in augustus 1918. De begraafplaats ligt iets ten westen van Monchy.

 

 

Monument voor de 37ste divisie in Monchy. Het monument herdenkt de rol van de 37ste Divisie in de Eerste Slag van de Scarpe (9 e - 14 e april 1917) tijdens de Slag bij Arras.  De divisie werd ingezet in het VI Corps in het Britse Derde Leger. De 37ste Divisie veroverde het dorp Monchy-le-Preux op 11 april, de derde dag na de lancering van het offensief tegen de Duitse lijn.

 

De tekst op het monument bevat de eenheden die deel uitmaken van de divisie en de palmares van de divisie in Frankrijk en Vlaanderen vanaf de eerste veldslagen aan het westelijk front tijdens de Slag van de Somme 1916.

 

Het monument werd gebouwd op de top van de heuvel.  Vanaf het monument kijkt men naar het zuid-westen over de vlakte naar Arras.  Dit was het dominante uitzicht over de geallieerde linies vanuit het dorp, dat in Duits bezit was vanaf eind augustus 1914.

 

Het dorpsmonument van Monchy le Preux

Monchy-le Preux, monument midden in het dorp voor de troepen uit New Foundland

 

 

Verregende gedenksteen voor de troepen uit New Foundland. Het monument herdenkt een aanval tijdens de Arras offensief waarbij het Britse Eerste en Derde Leger aanvielen ten oosten van Arras op een 22 kilometer breed front. The 88th Brigade, the brigade in which the Royal Newfoundland Regiment was serving, was to execute a two-battalion attack against an objective known as Infantry Hill. De 88ste Brigade, de brigade waarin het Royal Newfoundland Regiment diende, was aangewezen om de aanval op Infanterie Hill voeren. The Royal Newfoundland Regiment, commanded by Lieutenant-Colonel James Forbes-Robertson, was on the right and the 1st Essex Battalion on the left.460 Newfoundlanders werden verwond of gedood.

 

 

 

Monument voor de illustere Royal Navy Division, De Royal Naval Division kreeg de opdracht Gavrelle in te nemen en daar door de derde Duitse verdedigingslinie te breken. De onpopulaire Shute was in februari al weer vervangen door generaal-majoor C. Lawrie. De Royal Naval Division was geen normale marine-eenheid, maar een zeer speciale divisie die vocht als infanterie: matrozen in de loopgraven. Ze kwamen uit de in 1914 gevormde Royal Naval Brigades.

De aanval op Gavrelle begon op 23 april en werd uitgevoerd door de 189e en 190e Brigades. Om 4.45 uur gingen de Nelson en Drake-bataljons over the top onder dekking van een artilleriebarrage. De eerste lijn van Duitse loopgraven werd snel ingenomen en een uur later werd gestopt aan de rand van het dorp.

De artilleriebarrage werd verlegd over het dorp dat daardoor in puin werd geschoten. Andere bataljons van de brigades werden naar voren gebracht. Vechtend van huis tot huis werd Gavrelle die dag ingenomen ten koste van ongeveer 1.500 slachtoffers.

 

 

De volgende dag zetten de Duitsers de tegenaanval in om Gavrelle te heroveren wat begon met een intensief bombardement. Deze werd afgeslagen en op 26 april werden de aanvallende bataljons afgelost. In de Official History of the Great War staat de volgende vermelding over de gevechten bij Gavrelle van 23-25 april:

‘Full justice has not been done to the achievement of the 63rd Division, because the details of the street fighting in which it showed skill and determination are to intricate for description. The division had taken 479 prisoners and in defeating the counterattacks had obviously inflicted heavy loss upon the enemy.

Naval Trench Cemetery, iets ten zuiden van het monument, bevat verscheidene mariniers die tijdens de aanval het leven lieten.

 

 

Mooi en bijzonder dorpsmonument in Gavrelle. De beeltenis van de soldaat en het bloemenmeisje prijkt op de voorzijde. Het is deels opgedragen een het 23ste regiment Dragonders: 23e dragons morts pour la France  la 34e division-83e Rt-14e Rt-59e Rt-83e Rt et 23e Rt- Notre Dame de Lorette- Sucrerie de Souchez-Carency-Neuville Saint-Vaast-roclincourt-Chanteclair

 

 

Brebieres British Cemetery, een relatief kleine begraafplaats met 85 graven, waarvan vele Canadezen, ligt ten westen van Douai.

 

 

Tank Cemetery, Guemappe. Met 219 graven. Dit gebied werd heroverd in april 1917, en ging in 1918 eerst over in Duitse, daarna in Canadese handen.

 

 

Opname van Tank Cemetery.

Cojeul British Cemetery, kleine begraafplaats in St.Martin-sur-cojeul, verstopt achter de sporen van de TGV. Het landschap is hier letterlijk bezaaid met CWGC-begraafplaatsen.

 

Landschap met begraafplaats bij Heninel, 10 km ten oosten van Arras

 

 

 

Van de Hindenburglinie bij Heninel is nog wel wat te zien. Sombere betonklompen boven het zojuist gemaaide veld, op de hoogten ten zuiden van het dorp bijvoorbeeld. Het uitzicht is adembenemend, en de gedachte tegen deze hoogten op te lopen beangstigend.

 

 

De auteur met een granaat, boven op een van de Duitse bunkers. Links is te zien hoe diep het dal is.

 

Cherisy, waar even voor de dorpsgrens 1 van de tientallen begraafplaatsen ligt die tussen Arras en Cambrai te vinden zijn

 

 

 

Vrij recent monumentje in typisch Canadese stijl op de helling van de Mont d’Hendecourt, bij de Canadezen beter bekend als The Crow’s Nest”.

 

 

The Crow's Nest is een forse heuvel die ongeveer 10 meter boven het grootste deel van het omliggende platteland oprijst.  Vanaf de top hadden de Duitse mitrailleurs een prachtig uitzicht op alles voor hen, evenals een dominante positie met uitzicht op Hendecourt zelf.  De positie was erg belangrijk omdat het een direct contactpunt met de volgende sector van de Hindenburg-linie was.  De aanval werd uitgevoerd door het ervaren 15 Bn Canadian Infantry (48th Highlanders of Canada) .

 

 

Upton Wood Cemetery ligt langs het Bois d’Hendecourt. De Canadezen veroverden de heuvel en legden de begraafplaats aan. 218 gesneuvelden vonden er een laatste rustplaats.

Heninel Communal Cemetery Extension ligt vastgeplakt aan de gemeentelijke begraafplaats. Heninel werd tijdens een sneeuwstorm op 12 april 1917 veroverd. Vanaf dat moment bleef de begraafplaats in gebruik. Het telt 140 graven.

 

Heninel Communal Cemetery Extension gezien vanaf de weg tussen Heninel en Cherisy.

 

-V-

Home