Armentières-Arras in beeld (10)
Van Doullens naar Noyelles sur Mer

 

Klik op de foto voor een vergroting

Op 21 maart 1918 vielen de Duitse legers langs het hele Westfront aan met als doel de geallieerde linies te verbreken voordat Amerikaanse troepen in Europa konden landen; het Lenteoffensief ( Kaiserschlacht of Kaiser gevecht ), dat begon met Operatie Michael. Drie dagen later leek de tactiek te werken toen het vijfde leger van generaal Sir Hubert Gough overweldigd was en het zeer waarschijnlijk leek dat de Duitsers de Franse en Britse linies zouden doorbreken. Dit werd mogelijk gemaakt grotendeels als gevolg van het gebrek aan coördinatie tussen de Franse legerbevelhebber generaal Philippe Pétain en de Britse commandant veldmaarschalk Sir Douglas Haig.

 

Het gemeentehuis van Doullens, waar de conferentie van 26 maart 1918 werd gehouden. Rechts een van de vele herdenkplaques in het gemeentehuis met afstammelingen en hoogwaardigheidsbekleders.

Het werd duidelijk dat een betere coördinatie tussen de geallieerden nodig was om een Duitse doorbraak te voorkomen. De geallieerden besloten op 26 december in Dury, Frankrijk, samen te komen, maar verplaatsten de vergadering naar Doullens omdat veldmaarschalk Haig al van plan was zijn commandanten daar te ontmoeten. Er was enige bezorgdheid dat de oprukkende Duitsers de stad Doullens misschien voor de conferentie zouden overslaan, maar de conferentie was succesvol. De vergadering bestond uit generaal Pétain, de Franse president Raymond Poincaré, premier Georges Clemenceau, generaal Ferdinand Foch en generaal Maxime Weygand; Lord Milner, veldmaarschalk Haig en generaals Henry Wilson, Herbert Lawrence en Archibald Montgomery waren de Britse vertegenwoordigers.

 

De entree van het gemeentehuis van Doullens, met de Franse en de Britse bevelhebber prominent als blikvangers.

De entree van het gemeentehuis, waarvan de wanden bedekt zijn met plaques vol namen en herdenkingen. De trap op is richting de zaal.

De gedenkplaque van 2018 links, en de conferentieruimte rechts, nog goeddeels in originele staat. Vitrinekasten met oorlogsherinneringen zijn langs de wanden te vinden.

De vergadertafel met erop de foto’s van de aanwezigen.

Links een groot schilderij in de vergaderzaal met hierop de hoofdrolspelers buiten het gemeentehuis. Clemenceau domineert het tafereel. Het grote glas in lood venster rechts vertelt in woord en beeld het verhaal van de conferentie.

Gérard Ansart & Gaudin tekenden voor het ontwerp van het venster, dat in 1937 gerealiseerd werd. De Franse haan, omringd door vlaggen en wapentuig, is bovenaan geschilderd.

v.l.n.r.: Weygand, Clemenceau, Pétain, Foch, Milner, Loucheur, Wilson, Poincaré, Haig, Lawrence en Montgomery

De tekst op het venster  is de tekst die Clemenceau op een kladbriefje schreef: ‘Le général Foch est chargé par les gouvernements anglais et français de coordonner l’action des armées anglaises et Françaises sur le front occidental. Il s’entendra à cet effet avec les généraux en chef sur le front, qui sons invites à lui fournir tous les renseignements nécessaires.’

De conferentie was enigszins succesvol in haar poging om een meer eengemaakt bevel te vormen. Het basisdoel was om een 'opperbevelhebber' te benoemen met voldoende gezag om alle geallieerde operaties te beheren. De leden die de conferentie bijwoonden geloofden dat generaal Ferdinand Foch het beste leiderschap en doorzettingsvermogen had getoond en daarom hem de leiding gaf over alle geallieerde legers aan het westfront. Een van Foch’s meer inspirerende uitspraken tijdens de conferentie, die duidelijk zijn doorzettingsvermogen toonde, was: "Je vecht niet, ik zou vechten zonder pauze, ik zou vechten voor Amiens, ik zou vechten in Amiens, ik zou achter Amiens vechten. Ik zou de hele tijd vechten, ik zou me nooit overgeven ".

 

De auteur in de salle du Commandement Unique 1918. Rechts een voorbeeld van Trench-art, te vinden in de zaal.

 

Aan de wand ontbreekt ook Joffre niet, de Franse bevelhebber tot 1917.

Doullens bewaart in zijn landschap de herinnering aan de oprichtingsgebeurtenis van 26 maart 1918. 26 juni 1921 wordt een Golgotha, opgericht op de top van de heuvel die de stad in het Oosten domineert, ingehuldigd.

 

 

 

De plaats werd bovendien gemarkeerd door de eerste bomaanslagen in de stad, in mei en juni 1918.

 

 

Op de voet van het monument zijn twee bas-reliëfs te vinden van de hand van de beeldhouwers Albert Roze en Pierre Ansard.

 

 

Doullens Communal Cemetery extension no. 2 bevat 458 graven uit 1918 en 1919.

 

 

Doullens was een hospitaalstad en vrijwel alle graven zijn van alsnog overleden soldaten.

 

 

485 Franse graven liggen tussen de 2 Britse plots in. Het zijn veelal graven uit de eerste oorlogsjaren.

 

 

Doullens Communal Cemetery extension no. 1 bevat 1336 Britse graven uit de Grote oorlog.

 

 

Niet vergeten.

Verwijzing in Noyelles sur Mer naar de Chinese begraafplaats.

 

 

 Noyelles-sur-Mer Chinese Cemetery.

 

De Chinese begraafplaats van Nolette (ook bekend onder de naam Noyelles-sur-Mer Chinese Cemetery) is een begraafplaats voor Chinese arbeiders in het gehucht Nolette van de Franse gemeente Noyelles-sur-Mer. De begraafplaats ligt ongeveer 1.050 m ten oosten van de dorpskerk. Ze werd ontworpen door Edwin Lutyens en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Op de toegangsboog staat een Chinese inscriptie die gekozen is door Shi Zhaoji, de toenmalige Chinese ambassadeur in Groot-Brittannië. Vrij vertaald betekent het: Deze plaats herdenkt het offer van de 1.900 Chinese arbeiders die hun leven gaven gedurende de Eerste Wereldoorlog, zij zijn mijn vrienden en collega's van wie de verdiensten onvergelijkelijk zijn. De Chinese opschriften op de grafstenen werden door een selecte groep Chinezen gemaakt.

 

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkten tussen 1917 en 1919 ongeveer 12.000 arbeiders uit China in de zone die door het Engels leger in Frankrijk werd bezet. Ze werden gerekruteerd ingevolge een verdrag tussen China en Engeland. De Chinezen kwamen per schip aan in de haven van Le Havre en dan per trein naar Noyelles-sur-Mer gebracht. Ze werden ingezet bij het Chinese Labour Corps.

 

In Noyelles-sur-Mer bouwden ze hun kamp op en zorgden onder meer voor de aanvoer van goederen tussen het station en hun kamp, dat een depot werd voor de aangevoerde goederen. Ze werkten 10 uur per dag, zeven dagen per week. De arbeiders stonden onder het bevel van Engelse officieren en contact met de burgerbevolking was verboden. Ze werden ingezet voor de moeilijkste taken zoals het begraven van gesneuvelde soldaten, het aanleggen of herstellen van wegen en loopgraven.

 

 

Op de begraafplaats liggen 842 Chinese arbeiders begraven waarvan er 4 niet geïdentificeerd konden worden. De meesten van hen stierven tussen 1918 en 1919 door de Spaanse griep. In de muur aan de toegangsboog zijn panelen geplaatst waarop 41 namen van vermiste arbeiders staan. Bij de CWGC zijn ze opgenomen onder Noyelles-sur-Mer Chinese Memorial.

 

 

In België en Frankrijk werkten bij de wapenstilstand op 11 november 1918 ongeveer 96.000 Chinezen en in mei 1919 waren er nog 86.000. In 1921 werden de arbeiders gerepatrieerd.

 

 

Sfeerbeeld op Noyelles-sur-Mer Chinese Cemetery.

 

-V-

Home