Verdun in beeld (7)
Van Bézonvaux via Vaux devant Damloup naar het Bois de Caillette

 

Klik op de foto voor een vergroting

Sfeerbeeld van Bézonvaux, village détruit aan de oostelijke kant van het Verdun slagveld. Muren zijn nauwelijks meer te vinden.

Restanten, teruggevonden in de ruïnes van Bézonvaux, village détruit.

Mozaïek van glas en aardewerk, en Infomatiepaneel in van Bézonvaux, village détruit.

van Bézonvaux, village détruit.

Restanten van een militair smalspoor in Bézonvaux, village détruit.

Informatiepaneel over het gebruik van spoorrails in de regio.

Demarkatiepaal ten zuiden van Bézonvaux, village détruit, langs de D24

De demarkatiepaal met als opschrift Bézonvaux.

Dorpsmonument van Bézonvaux, village détruit, aan de zuidkant van het toenmalige dorp.

Het volledige dorpsmonument van Bézonvaux, village détruit.

Een bronzen weergave van Bézonvaux, village détruit, van voor de oorlog.

Een recent monument voor de rond Verdun vaker geprezen sergeant Maginot, latere minister van Frankrijk. De tekst vertelt over zijn patrouilles in dit gebied en zijn loopbaan.

Vaux devant Damloup ligt ook aan de D24, die de oostelijke frontlijn van toen keurig markeert. In de modern vormgegeven kapel Saint Phillipe is een aantal mooie vensters te vinden die aan de ellende van de oorlog herinneren. Op het abstracte venster zijn de aanvallende poilu’s te zien, terwijl een van hen de zegen van een pastoor ontvangt. Explosies, prikkeldraad, helmen en geweren illustreren het drama.

Detailopname van het venster in de kapel - Het venster werd in 1932 gemaakt door de schilder en meester glasblazer Jacques Gruber in Parijs en Nancy.

Het was bedoeld voor de Herdenkingskapel gebouwd in 1933 op de plaats van de verwoeste kerk van het dorp Vaux. Zoals veel glas-in-loodramen, werd deze gedeeltelijk gefinancierd door de schadeloosstellingen van oorlogsschade.

Andere vensters tonen symboliek, zoals de doodskop onderaan dit venster.

Het plafond is prachtig beschilderd en bevat ook verwijzingen naar de ellende van de oorlog, zoals de rijen kruizen midden onder.

De weduwe-figuur bij de ingang vertelt haar eigen verhaal.

De kapel Saint Phillipe heeft haar klokkentoren op het pleintje voor de kerk.

Vaux devant Damloup  werd op 31 maart 1916 door de Duitsers ingenomen, en pas weer op 3 november 1918 heroverd.

 Het "nieuwe" dorp heeft slechts ongeveer dertig woningen en minder dan 80 inwoners. Gebouwd na de Eerste Wereldoorlog, ontleent het zijn naam aan Vaux, een village détruit door de slag om Verdun in 1916, en het dorp Damloup, gelegen op twee kilometer afstand.

Op de kruising van de D24 en de D112, die rechtstreeks het slagveld op leidt, staat de demarkatiepaal van Vaux.

Of hier de geschiedenis recht wordt gedaan kan worden betwijfeld. Het fort de Vaux, enkele kilometers ten zuidwesten van deze rotonde, viel wel degelijk in Duitse handen.

Stèle Poincaré, genoemd naar de president van de republiek, ligt ten zuiden van het dorp Vaux devant Damloup. De tekst luidt: "Passant va dire aux autres peuples que ce village est mort pour sauver Verdun et pour que Verdun sauvât le monde. Vaux le 10 août 1924. R. Poincarré". Op de achtergrond staat een groot metalen kruis in de bosrand.

Informatiepaneel in Vaux devant Damloup.

Verwijzing naar het dorpsmonument van Vaux, ook een village détruit.

Dit kalkstenen monument, gebouwd ter ere van het vernielde Vaux, is een gebeeldhouwde obelisk met een Gallische haan op een voetstuk. Het werd ontworpen door architect Henri Calley (1885-1959) geboren in Parijs en woonachtig in Verdun.

Gesteund door de obelisk staat een gehelmde vrouw met een zwaard en een krans aan de bovenkant van de inscriptie: "Vaux, on ne passe pas Vaux détruit en 1916 au cours des combats acharnés qui fixèrent l'arrêt des Allemands et leur défaite devant Verdun”
Het monument, met de namen van 20 slachtoffers uit het toenmalige dorp, werd op 10 augustus 1924 in gebruik genomen.

De 1e BCP en de verdediging van het dorp Vaux

 

Na de oorlogsverklaring van augustus 1914 werd het 1ste Bataljon Chasseurs au Pied (BCP), hoofdzakelijk samengesteld uit soldaten uit de Vogezen ingezet op de Col de la Chipotte en vervolgens aan de slag om de Marne. Half oktober 1914 verplaatste de eenheid naar in de sector Artois. In 1915 nam het deel aan verschillende offensieven in die regio.

Begin 1916 werd 1 B.C.P. geposteerd in de sector Verdun. Na het begin van het Duitse offensief, verdedigde de 1e BCP de sector van het dorp Vaux. De 158ste en 226ste Regimenten van de Infanterie, ondergingen de Duitse aanval op 30 en 31 maart 1916 ten noorden van het dorp en in de buurt van de vijver van Vaux. 1.032 mannen, waaronder 25 officieren van het 1e B.C.P. werden betrokken bij de gevechten. Na twee dagen van strijd omvatte het bataljon slechts 8 officieren en 541 mannen en viel het dorp.

 

In juli 1953 werd een monument opgericht door de 1e compagnie van het 1e bataljon jagers. Het is gewijd « A la mémoire des trois officiers, onze sous-officiers, cent-deux caporaux et chasseurs du premier Bataillon de Chasseurs à Pied tués sur cette position en arrêtant l'attaque allemande du 31 mars 1916 ». Het ligt op de hoogten van de vijver van Vaux, is het in de vorm van een obelisk versierd met de jachthoorn, symbool van de jagers.

Langs een bospad achter het monument voor het 1e B.C.P. is het graf te vinden van luitenant Dubuc, die diende in het 147e RI.

Dubuc, die in Parijs werd geboren, sneuvelde op 19 april 1916.

Langs een onverharde weg die van Vaux devant Damloup naar het fort de Douaumont loopt, ligt het graf van Paul Sommières.

Paul Sommières (en dus niet Sommiers, zoals op de foto staat), geboren in Mende op 11 februari 1895, diende bij de 2e CM.

Hij werd op 5 juni 1916 om 19.00 uur gedood, tegelijk met de kanonniers Anthelme Petite, uit Frasne (Doubs) en Clément Villeneuve, uit Mâcon. Oorzaak was een ontploffende artilleriegranaat.

Het graf van Noë Langevin, korporaal in het 24e RI, die sneuvelde op 17 april 1916.

-  V  -

Home