Verdun in beeld (6)
Van Lager Marguerre via Gremily, Ville devant Chaumont, Flabas en Ornes naar Bézonvaux

 

Klik op de foto voor een vergroting

Het interieur van een van de bunkers op het Lager Marguerre in de bossen van het Forêt domaniale de Spincourt.

Iets ten noorden van Gremily op de flanken van de Cote de Ramon is het vervallen monument voor Josef Becker te vinden.

Het zeer informatieve forum.pages14-18.com vertelt over de herkomst: Zodra het front in 1914 voor Verdun gestabiliseerd was, werd de sector van Azannes in handen gehouden door de 10e Reserve Division, waaraan het RIR.98 in november 1914 was toegevoegd.

In de verlieslijsten van dit regiment staat een "Josef Becker”, geboren op 08.05.1886 in Mülheim Am Rhein. Hij behoorde tot de 10e van RIR.98 en werd gedood op 1915/06/15 in "Verdun", waarschijnlijk een generieke locatie om naar de omgeving te verwijzen  "Ville-devant-Chaumont - Azannes" (ten noorden van Verdun) bezet door de RIR .98.

 

Josef Becker ligt begraven op Soldatenfriedhof Azannes II / Block 7 Graf 587.

 

Het monument staat op instorten (2018).

Soldatenfriedhof Ville devant Chaumont ligt aan de rand van het Verdun-front langs de D905, de centrale route door de heuvels naar de stad.

1766 doden liggen op Soldatenfriedhof Ville devant Chaumont begraven.

De begraafplaats is in februari 1916 ingericht bij de start van de offensieve rond Verdun. Duizenden gewonden werden in deze regio opgevangen van de vele verschillende divisies die deelnamen. Van maar liefst 14 divisies liggen hier doden begraven.

Een mooie herinnering hangt aan het kruis van Alois Höltl.

1517 doden kregen een eigen graf, 249 werden in een eenvoudig Kameradengraf bijgezet.

Flabas heeft een slechte naam in de analen van de slag om Verdun. Ten zuiden van het dorpje was een Duits krijgsgevangenkamp ingericht.

le Camp des Représailles werd door de Duitsers opgericht nadat ze hadden geconstateerd dat de Fransen Duitse krijgsgevangenen liet werken in de oorlogszone. Toen protesten niets uithaalden besloten de Duitsers een gevangenkamp binnen de oorlogszone in te richten.

Het kamp zelf stelde weinig voor; een paar gebouwen waren snel gebouwd door Franse gevangenen (173 e RI), met geïmproviseerde middelen. Een eenvoudige omheining van prikkeldraad in de vorm van een rechthoek van 50 m lang en 30 m breed vormde de gevangenplaats. Een barak was 2 m 50 hoog, en had geen ramen. Als dak werden planken gebruikt, zelfs niet bedekt met teerpapier. Er verbleven 500 gevangen, bewaakt door een feldwebel (adjudant) en twee korporaals, en een veertigtal schildwachten, meestal onder de invloed van schnaps. Binnen drie maanden stierven 250 van de 500 gevangenen. Een oproep van de Amerikanen en het rode kruis maakte een einde aan de wandaden. In 1934 heeft Léon Cuvelle, beeldhouwer, een monument gegraveerd ter nagedachtenis aan alle gevangenen die in dit kamp waren geïnterneerd. Het werd opgeblazen door de Duitsers in 1940. Het werd herbouwd met de overblijfselen van het oude monument.

Weinig opvallend monument voor adjudant Louis Best, naar wie een wijk van Verdun is genoemd. Het monumentje staat aan de Avenue de Metz in Verdun.

Ornes, een van de 10 villages détruits van de regio Verdun, ligt in de noordoostelijke hoek van het slagveld. Een monument ontvangt de bezoeker van het voormalig dorp.

Het monument is gebouwd uit de ruïnes van het voormalig dorp.

Het dorp bestond al in 1046 en was afhankelijk van de abdij Saint-Maur de Verdun.

21 februari 1916 begon de slag om Verdun het artilleriebombardementen. Het dorp werd op 24 februari ingenomen door de Duitse troepen en zal door de Fransen pas werd op 23 augustus 1917 worden heroverd. In de tussentijd werd het volledig verwoest door de felheid van artillerie-uitwisselingen.

Infomatiepanelen in het dorpje Ornes, village détruit.

Vóór de vernietiging was Ornes een belangrijk dorp sinds in het midden van de 19e eeuw het inwonersaantal de 1300 had overschreden. Verschillende fabrieken voor het maken van fabrieken en weven waren er te vinden. Aan de vooravond van 1914 woonden nog steeds meer dan 700 inwoners, die leefden van landbouw en handwerk.

Na de oorlog werd een kapel opgericht ter nagedachtenis aan het dorpje.

Het interieur van de herdenkingskapel te Ornes.

Sfeerbeelden in Ornes, village détruit; het beeld van St. Joris en de draak in de kerktoren, en rechts een stil monument op de toenmalige Place de Ceux de Verdun.

Fontein en informatiepaneel in Ornes, Village Détruit. Voor de Franse wet en kadaster bestaan alle villages détruits nog altijd.

Locatiesteen in Ornes, Village Détruit, van het voormalige gemeentehuis.

Village détruit Bézonvaux ligt twee kilometer zuidelijker. Het dorp ligt aan een klein beekje. Via een bruggetje kan het voormalige dorp worden betreden.

In 1540 bestaat Bézonvaux al, gelieerd aan Douaumont.

 In 1803 telde de bevolking van het dorp 199 inwoners; vlak voor de Eerste Wereldoorlog was dat gestegen naar 317.

De parochiekerk, gebouwd in de achttiende eeuw en gerestaureerd in 1848, was gewijd aan Sint-Gillis, en werd samen met het dorp verwoest tussen 1916 en 1918. De huidige kapel werd gebouwd tussen 1927 en 1932 op honderd meter van de ruïnes van de oude.

Met enige moeite gefotografeerd venster in de kapel van Bézonvaux. De poilu’s zijn goed herkenbaar in de ruïnes van het dorp.

Bézonvaux ging in Duitse handen over op 23 februari 1916 en werd pas weer op 16 december 1916 Frans. Het zou volledig verdwijnen onder de furie van de beschietingen van Franse en Duitse granaten.

 Hoewel het in de buurt van de gevechtszone lag, was het dorp volledig verlaten op 15 februari 1916 kort voordat de Duitsers het op 25 februari bestormden. Na de wapenstilstand stond er geen muur meer overeind en was het bouwland omgeploegd door diepe gaten en granaten waarvan er vele niet waren geëxplodeerd.

Het dorpsmonument memoreert de gevallenen. Rechts de munitiekist van een 75 mm kanon, gevonden in de ruïnes van Bézonvaux.

Indringend: tussen de ruïnes van Bézonvaux zijn gebruiksvoorwerpen te vinden, teruggevonden na de oorlog.

-  V  -

Home