Verdun in beeld (14)
Van het Ravin du Mort via village détruit Douaumont en Chemin de la Couleuvre  richting het Fort de Douaumont

 

Klik op de foto voor een vergroting

De pas twintig jaar oude Pierre Vives sneuvelde op 18 mei 1916 sneuvelde in het Ravin de la Mort, een geul in het Bois de Nawé.

  In de zomer is zijn graf lastig te vinden tussen het groen.

Een gele buis en een metalen vlag markeren dan ook het betonnen kruis. Vives, die diende bij het 22e RI, kwam uit Grenoble.

Gedenksteen voor het village détruit Douaumont, naamgever voor het grootste en beroemdste fort rond Verdun.

Douaumont is een van de negen dorpen van het departement van de Maas, die volledig werden verwoest tijdens de Slag om Verdun en nooit werden herbouwd. De oorsprong van het dorp gaat terug naar het Gallo-Romeinse tijdperk; de naam evolueerde van de Latijnse Dives, wat goddelijk betekent, verbonden aan Bergen voor berg. Douaumont, de goddelijke berg, zo'n mooie naam maar zo'n tragisch lot, voor dit dorp op ongeveer 11 km ten noordoosten van Verdun.

 

 De dorpelingen leiden een vreedzaam bestaan ​​tot het einde van de 19e eeuw, toen de verdedigingsforten van Douaumont, Vaux, Souville en Froideterre werden gebouwd na de Frans-Pruisische oorlog van 1870-71. Een toevloed van bouwvakkers, gevolgd door de komst van het garnizoenspersoneel, verhoogde plotseling het aantal inwoners van 192 naar 576 in 1885.

 Dit leidde tot de opening van kleine winkels en workshops die hebben bijgedragen aan de welvaart van het dorp.

Beeld van het dorpje vlak voor de oorlog.

Toen de forten eenmaal waren gebouwd, keerden veel werknemers terug naar hun thuisregio's, maar aan de vooravond van de Grote Oorlog had het dorp Douaumont nog 288 inwoners, waaronder veel soldaten. De ontwapening van het Fort Douaumont, beschouwd als achterhaald en ongeschikt voor moderne vechtmethoden, was ongetwijfeld een van de slechtere beslissingen die de Franse staat in 1915 had genomen.

 

 Het fort bleef inderdaad een symbolisch doelwit voor de Duitsers tijdens de slag om Verdun, het grote offensief dat ze in februari 1916 lanceerden. Het fort van Douaumont en het dorp werden een belangrijk doelwit, en de laatste bevond zich in een totale staat van ruïnes, toen de Duitsers op 4 maart het gebied in handen kregen.

 

 Het is interessant om te weten dat een jonge kapitein die de leiding had over het 33ste Infanterie Regiment en Charles de Gaulle heette, tijdens deze gevechten gewond was geraakt en tot het einde van WOI gevangen werd genomen in Duitsland.

 De Duitsers bleven tot 24 oktober 1916 in controle over het fort, toen de Franse koloniale troepen van Marokko, onder het bevel van generaal Mangin, het heroverde.

Plaque aan de kapel van Douaumont, die het verhaal van de vernieling van het dorp vertelt.

Ook hier markeren eenvoudige paaltjes waar de voormalige huizen en winkels stonden.

Eenvoudig kruis langs de Chemin de la Couleuvre, ten westen van het dorp.

Het gedenkt vermoedelijk een event tussen een Franse en een Duitse eenheid in 1994.

Naast een kruis, opgericht voor twee geestelijken, is het dorpsmonument van Douaumont zichtbaar voor de uitspanning Abri des Pèlerins. 11 namen van dorpelingen zijn ingegraveerd.

Op de kruising van de D913 en de D913D naar het Fort de Douaumont is dit monument te vinden. De liggende soldaat is gebeeldhouwd door Alexandre Descatoire en wordt ook "Le Soldat du Droit" (de soldaat van justitie) genoemd. Thome was een sociaaldemocratische afgevaardigde van het departement Seine-et-Oise in het Franse huis van afgevaardigden.

De teksten luiden:

 SOLDAT DU DROIT

 

De tekst op het monument zelf:

 ANDRÉ THOMÉ

 DÉPUTÉ

 SOUS-LIEUTENANT AU 6ÈME DRAGON DÉTACHÉ SUR LA DEMANDE DE LA 147ÈME BRIGADE D'INFANTERIE

 CHEVLIER DE LA LÉGION D'HONNEUR   CROIX DE GUERRE

 TUÉ À LA BATAILLE DE VERDUN LE 10 MARS 1916 À L'ÂGE DE 36 ANS

 

Op de linkerzijde:

 IL A COMPRIS QUE L'ON REPRÉSENTE LE PEUPLE PAR DES ACTES ET NON DES PAROLES

 Général de Bazelaire

Abri Adelbert was een kleine schuilbunker die diende als een schuilplaats voor de vechtende infanteristen. De bunker is zwaar beschadigd door het vuur. Het ligt aan de weg tussen Fort Douaumont en het ossuaire de Douaumont. Op 23 juni 1916 waren het de Bayerische Infanterie regimenten ie de bunker veroverden. Op 24 oktober viel hij opnieuw in Franse handen.

  Deze plek werd ook veel gebruikt als verbandpost. Het huisvestte enkele weken Franse soldaten en gewonden. De omstandigheden binnen waren ondraaglijk door een mengsel van verval en menselijke uitwerpselen.

Ongeveer halverwege de D913d richting Fort de Douaumont gaat een wandelpad rechts richting het monument voor het 61eme R.A.D.

Het monument doemt na ongeveer 350 meter op en staat op een open plek in het Bois de la Bêche.

Het 61e R.A.C. Herdenkingsmonument is opgericht ter nagedachtenis aan drie officieren en twee kanonniers van het 61e veldartillerie regiment - 42e divisie –Hun namen zijn in het monument gegraveerd.

De 5 vielen terwijl op de locatie een stelling werd aangelegd. Nadat ze waren begraven werden de graven door een hernieuwd bombardement verpulverd.

Uit diverse plaques blijkt dat de gebeurtenissen regelmatig worden herdacht. “A la memoire des Diables Noirs.”

Boyau de Londres loopt dwars over de D913d, de weg naar het Fort de Douaumont. De palen die de wanden versterkten zijn goed zichtbaar.

De loopgraaf is recentelijk een klein stukje voorzien van een wandelpad, informatieborden en houten wanden. Het maakt een kolderieke indruk.

Ruines langs de route naar het Fort de Douaumont.

Nog een sfeerbeeld van de Boyau de Londres.

Monumentje voor Emile Moïse Lambert, die sneuvelde op 24 mei 1916.

De steen staat naast een kruis voor luitenant Jean Massaly, Jules Barraban en Jean Moleres van het 49e régiment d'infanterie (49e RI) die op 24 mei 1916 sneuvelden.

De fraaie plek waar de twee monumentjes staan.

De tombes des héros betreffen twee naamloze graven vlakbij het Fort de Douaumont onder aan het talud van de D913d.

Een van de twee heldengraven, of tombes des héros.

-  V  -

Home