Verdun in beeld (12)
Van Fleury devant Douaumont naar het Ossuaire de Douaumont

 

Klik op de foto voor een vergroting

   

Op de plek van de voormalige Mairie van Fleury staat een robuust gedenkteken, omringd door zwarte granaten.

De tekst op dit Monument aux Morts luidt: "1914-1918 Fleury-devant-Douaumont à ses enfants morts pour la France"

en

 "Commune héroïque dont le nom doit être fidèlement gardé dans la mémoire des générations à venir. A disparu jusqu’à la dernière Pierre dans l’effroyable tourmente, synthétisant ainsi pour défenseurs du sol le foyer commun menacé. A par la magie vengeresse de ses ruines décuplé l’énergie et la vaillance du soldat de Verdun. Au cours des combats acharnés dont elle a été le témoin et l’enjeu, s'est acquis des titres à la reconnaissance éternelles. (Citation à l’ordre de l’armée du 9 septembre 19.."

Niet ver van het monument aux Morts  is een recent monument te vinden voor de vrijmetselaars die sneuvelden op het slagveld: hommage aux Francs-Maçons Morts pour la France. Het werd 11 juli 2017 onthuld: "Aux Francs-Maçons Morts au Champ d'Honneur"

Op de locatie zijn zeer veel monumentjes te vinden, zoals deze Pigeon de la Paix: op 8 juli 2010 werd dit mozaïek gelegd door families uit Oostenrijk, Duitsland en Verdun, Frankrijk naar aanleiding van een fietstocht tussen Parijs en Moskou.

Straatnaambordje in Fleury devant Douaumont.

Treffende afbeelding op een informatiepaneel bij de kapel van Fleury devant Douaumont.

De auteur met het Mémorial des 26 Poilus:

In mei 2013 werden op de locatie van een boerderij, vlakbij de huidige kapel van Fleury, 26 skeletten van Franse soldaten gevonden. 24 werden herbegraven bij het Ossuaire de Douaumont, 2 teruggegeven aan de families (Jean Caillou en André Giansily, die na al die jaren samen met 5 anderen nog konden worden geïdentificeerd.

De cimetiere van Fleury devant Douaumont.

Een eenzaam graf trekt de aandacht: hier is kolonel Leon Rodier begraven.

Rodier was “Délégué du Comité national du souvenir de Verdun, Maire de Fleury-Devant-Douamont tot 2008”.

Fleury devant Douaumont staat nog altijd geregistreerd als gemeente van Frankrijk. Het vernielde dorp is gedecoreerd en geldt wereldwijd als een symbool voor de vrede.

En natuurlijk ontbreekt de bushalte niet. Voor een dorp dat niet meer bestaat krijgt Fleury ieder jaar ongelofelijke bezoekersaantallen te verwerken, die zich meestal beperken tot dit dorp, het ossuaire en het fort de Douaumont.

Eenvoudig monument voor de Franse maarschalk Jean de Lattre de Tassigny. De Lattre werd de jongste generaal in de geschiedenis. In oktober 1912 werd hij uit de militaire schol van Saumur ingedeeld bij het 12e regiment dragonders in Pont-à-Mousson.  Als officier van de 2e Cavalerie Divisie, raakte luitenant de Lattre tweemaal gewond in de eerste maanden van de oorlog van 1914-1918.
  Op 20 december 1914 werd hij Ridder van het Legioen van Eer.  In 1915 vroeg hij om geplaatst  te worden bij de infanterie.  Als kapitein koos hij het 93ste Infanterie Regiment, het Vendée Regiment, en vocht in Verdun waarna hij enkele maanden doorbracht op de Chemin des Dames. Hij beëindigt de oorlog op de staf van de 21ste divisie.

Links van het monument voor le Lattre staat het Mémorial des combattants israélites 1914-1918 voor de joden die in de Grote Oorlog vochten.

De tekst op de imposante muur luidt: "Aux Français, Alliés et Volontaires étrangers Israélites Morts pour la France 1914-1918"

   

Het ossuaire de Douaumont, horizontaal een kruis(vrede) en verticaal een granaat(oorlog). Het Ossuarium van Douaumont is een monument waarin zich de resten van 130.000 ongeïdentificeerde Franse en Duitse soldaten bevinden. Allen zijn gesneuveld tijdens de slag om Verdun gedurende de Eerste Wereldoorlog. Het eerste ossuarium dateert uit 1919, het huidige monument komt uit 1932

Een drietalige uitnodiging; entrance,  visions de guerre, filmvorfuhrung en shop.

In 1919 werd er op de slagvelden rond het fort Douaumont een houten keet neergezet om daarin de op het slagveld gevonden ongeïdentificeerde soldaten een laatste rustplaats te geven. Ze werden opgeborgen in houten kisten met daarop de namen van de sectoren op het slagveld waar zij werden gevonden.

De bisschop van Verdun, Mgr. Charles Ginisty, begon een geldinzameling om een meer permanente rustplaats te bouwen. Uiteindelijk werd hiervoor op 22 augustus 1920 de eerste steen gelegd door maarschalk Pétain.

Op 7 augustus 1932 werd het monument geopend door de Franse president. Het hele project had uiteindelijk 15 miljoen frank gekost, 10 miljoen meer dan dat oorspronkelijk was begroot.

Het monument zelf is 137 meter lang. Het merkwaardige uiterlijk van het gebouw kan worden verklaard via de symboliek van een tot het gevest in de grond gestoken zwaard. De toren kan worden gezien als de greep en de beide vleugels als de pareerstang van het gevest. De muren zijn versierd met de wapens van de steden die geld hebben gedoneerd voor de bouw. Het midden van het monument, waar zich de toegangspoort bevindt, staat onder een 46 meter hoge toren met daarin een 200 treden tellende trap. Bovenin bevindt zich een bijna twee en een halve ton wegende bronzen bel en een baken met vier draaiende lichten in de kleuren rood en wit. De toren zelf geeft uitzicht over het slagveld, een bord geeft aan naar welk gedeelte gekeken wordt. Een van de verste punten, te zien op een heldere dag, is de toren van het Memorial de Montfaucon.

De gangen van het monument bevatten 18 nissen met elk twee tombes. Aan ieder uiteinde bevinden zich vijf andere tombes. Onder de tombes bevinden zich de beenderen van de ongeïdentificeerde soldaten.

In het monument bevindt zich ook een katholieke kapel, 23 en een halve meter lang, 14 meter breed. De glas-in-loodramen zijn ontworpen door de schilder George Desvallières. Vier aanwezige beelden, evenals de Piëta boven het altaar zijn ontworpen door de beeldhouwer Élie-Jean Vézien. Aan de achterzijde van het monument bieden kleine glazen vensters zicht op de beenderen die zich eronder bevinden. Ervoor bevindt zich de grootste militaire begraafplaats van de regio met 15.000 graven. Een apart stuk is gereserveerd voor islamitische militairen, de graven staan de juiste kant op gericht. Nieuwsgierigen kunnen door kleine raampjes een indruk krijgen.

De kapel van het ossuaire, met prachtige vensters en een bijzondere sfeer. Het was de enige plek zonder toeristen die dag. 

Detail van een van de vele glas in lood vensters in de kapel. Een geestelijke breekt het brood in de loopgraven.

   

Een van de twee standbeelden naast de hoofdingang van het ossuaire.

Het rode glas aan de zuidzijde schept een onwerkelijke sfeer in het ossuaire; hier de oostvleugel.

Het ossuaire kwam (opnieuw) tot stand met de hulp van de V.S.

Het uitzicht naar het zuidoosten vanaf de toren van het ossuaire. 15.000 graven liggen op de oude frontlijn van de zomer van 1916. De begraafplaats werd ingehuldigd op 23 juni 1919 door de président de la République Gaston Doumergue. In totaal 16.136 graven uit de Grote Oorlog liggen hier voor het ossuaire. Een carré met moslims, Général Ancelin, en 14 van de 21 doden uit de Tranchée des baïonnettes liggen hier begraven.

Drone-opname van het Ossuaire de Douaumont met de Nėcropole nationale de Douaumont.

Indrukken van het Ossuaire de Douaumont.

Avond over het Verdun-slagveld: het Ossuaire de Douaumont om 21.30 uur.

Recht tegenover het Ossuaire de Douaumont is de Abri-Caverne de Douaumont gelegen, beter bekend als Abri 320. Qua bouw komt deze Abri-Caverne (schuilplaats uitgehouwen in een heuvel) sterk overeen met de Abri-Caverne des Quatre Cheminées, behalve dat Abri 320 slechts twee schoorstenen heeft.

Gedurende de sterke opmars van de Duitsers op de warme dag 23 juni 1916, kon een kleine eenheid van het Beierse Reserve-Jäger-Bataljon 2 de Abri-Caverne bereiken. Het lag in die tijd boven de spoorlijn die uit de omgeving van Vaux kwam. Het bouwwerk was omgeven door veel bomkraters. De eenheid kon ongestoord en zonder verliezen het werk bereiken en innemen. Voordat de eenheid aankwam was het bouwwerk onder vuur genomen met 42-cm-projectielen. Maar doordat het werk slecht te zien was, werd er bijna niets geraakt. Nadat ze de Abri-Caverne hadden bereikt, wierpen de Duitse soldaten handgranaten door de twee schoorstenen naar binnen. In de ruimte verscholen zich inmiddels wel duizend man, die daar verstikten omdat de ruimte van de buitenlucht werd afgesneden, doordat de ingangen en de schoorstenen door het artillerievuur half waren ingestort.

 

 Gedurende de Duitse bezetting was de Abri-Caverne, die in de tijd benauwd en verstikkend was, vooral een hospitaal en onderkomen voor de bij Fleury/Thiaumont gestationeerde bataljons. Het lag in die tijd slechts 500 meter achter de voorste linies.

 

 Op 24 oktober 1916 was het een onderkomen voor de bataljonsstaf, een pionierscommando en dertig zwaargewonden. Door tentdoeken werden de gewelven ingedeeld in commandoposten en hospitalen. In de buurt van de trappen lagen onder andere de reserves. Van onderen waren de beide ingangen (net als vandaag de dag overigens) slechts nog te herkennen als kleine, ronde gaten. Deze gaten lagen continu onder Frans artillerievuur. Veel werk werd gedaan om de beide ingangen vrij te houden van aarde. Meestal gleed men de twintig tot dertig traptreden af als men af wilde dalen in de slechts met kaarslicht verlichte gewelven. De gewonden lagen in stapelbedden met zijn drieën boven elkaar. Het rook binnen enorm naar stof en chloor. Aan de oostkant van de gewelven was nog een luchtinlaat, die ook als uitkijkpost diende. Men kon binnen maar met moeite verstaan wat men zei.

 

 Op 24 oktober 1916 stortten beiden ingangen door het Franse artillerievuur in. Laat in de namiddag kon het pionierscommando de westelijke ingang weer vrijmaken, maar daarna was er een vreselijke explosie: stenen, aarde en twee bakken met uitwerpselen die op de traptreden stonden, stortten met trap en al naar beneden in de gewelven. Er achteraan vloeide een dikke, zwarte massa. Stof en de geur van zwavel verspreidde zich in de benauwde ruimte. Er brak paniek uit, maar de brand die ontstond kon nog enigszins ingedamd worden. Intussen was de Abri-Caverne alweer bereikt door de Fransen en deze namen hem weer in.

 Graf van de op 23 juni 1916 gesneuvelde luitenant van het 39e RI Jean Legrix op de Abri 320. Dit was de dag dat de Beierse infanterie de Abri veroverde.

   

De grote aantallen moslims op het slagveld zijn lange tijd vrijwel genegeerd. Inmiddels is een passende, oosters getinte herdenkingsplaats gebouwd naast het ossuaire. 

De villages détruits bestaan volgens de Franse wet nog altijd, dus je kunt Douaumont verlaten terwijl het er niet meer is.

-  V   -

Home