Vlaanderen in beeld (3) 
Achter het front van Houtem via Vinkem, Oeren,  Steenkerke, Pervijze, Stuivekenskerke, Score, Zande en Moere naar Keiem.

 

Klik op de foto voor een vergroting

 

Félix Wielemans werd in 1863 in Gent geboren. Als Luitenant-Generaal was hij één van de topmensen uit het leger. Van 1913 tot 1915 was hij kabinetschef van de minister van oorlog. Van 1914-1915 was hij waarnemend stafchef van het Belgische Leger, van 1915 tot zijn dood in 1917 was hij stafchef van het Belgische Leger. Vanaf januari 1915 was het Groot Hoofdkwartier van het Belgisch Leger in de pastorie van Houtem gevestigd. Wielemans stierf op 5 januari 1917 te Houtem aan de gevolgen van de Spaanse griep. Hij was houder van verschillende eretekens en werd op het kerkhof van Houtem begraven.

Gedenkkruis voor Joe English. English geldt als een van de symbolen uit de Grote Oorlog voor Vlaanderen.

In 1914 werd hij gemobiliseerd. Vanaf eind 1915 werkte hij als kunstenaar in Veurne, waarbij hij zich ontwikkelde tot prominent frontsoldaat. Hij ontwierp de typische heldenhuldezerkjes voor de Vlaamse gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. In 1918 werd hij ook frontschilder.

Hij stierf op 36-jarige leeftijd in het legerhospitaal L'Océan te Vinkem aan een onbehandelde blindedarmontsteking in de nacht van 31 augustus 1918.

Hij werd begraven op de Belgische militaire begraafplaats van Steenkerke. De allereerste IJzerbedevaart vond daar in 1920 plaats bij zijn graf. In 1930 werd hij bijgezet in de crypte van de IJzertoren.

 

 

 

Deze naamsteen maakt deel uit van de derde reeks naamstenen, die in 1986 onthuld werden. Ze herinnert aan het legerhospitaal L'Océan in Vinkem, op een steenworp van de gedenksteen voor Joe English.

 

 

Zowel de gedenksteen als de naamsteen staan, hoe kan het anders, aan de Joe Englishstraat tussen Houtem en Wulveringem.

De Belgische militaire begraafplaats van Oeren is een militaire begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog rond de voormalige Sint-Apolloniakerk van de Belgische plaats Oeren, een deelgemeente van Alveringem. De begraafplaats werd in 2008 beschermd als monument[1].

Oeren leed fel onder de Eerste Wereldoorlog. In de zomer van 1915 ontstond de begraafplaats van Oeren rond de voormalige parochiekerk als tijdelijke noodoplossing. Het kerkhof van Alveringem was toen immers overbezet. Na een veertigtal graven gedolven te hebben, besliste de militaire overheid om de lichamen voortaan te begraven in Adinkerke. De begrafenisplechtigheid vond wel nog plaats in Alveringem. In 1917 werd deze omslachtige methode opgegeven en kregen de gesneuvelden voortaan in Oeren een plaatsje. Uiteindelijk vonden 651 gesneuvelde militairen er een laatste rustplaats, waaronder enkele Fransen artilleristen en 3 Duitsers.

 

 

 

De Belgische militaire begraafplaats van Oeren wordt ook gekenmerkt door de aanwezigheid van een aantal heldenhuldezerkjes, dat als het ware verwijzen naar enkele episodes in de ontstaansgeschiedenis van de Vlaamse Beweging. De begraafplaats telt nu nog slechts vijf heldenhuldezerkjes met Keltisch kruis, een meeuw of Blauwvoet en de letters AVV-VVK, ontworpen door de frontsoldaat, schilder en tekenaar Joe English.

Dit glasraam in de Sint-Apolloniakerk herinnert aan Juliaan Heylen uit Mol, geboren in 1894 en gestorven op 13-11-1917 aan de IJzer. Dit glasraam werd in 1965 opgericht, met de steun van V.O.S. (Vlaamse Oud-Strijders) Antwerpen. Het werd gemaakt door Ivo Bakelants uit Deurne.

 

 

Detail van het glasraam.

 

 

Detail van het glasraam; de zerkjes zoals ze ook op de begraafplaats rond de kerk te vinden zijn.

Informatiezuil voor Majoor Geneesheer Felix BASTIN, 1ste Bataljonsdokter van het 8 Artillerie.
° te AMAY (LIEGE) op 24 oktober 1870 en † te KAASKERKE op 4 november 1917. Begraven op de B.M.B. te OEREN - graf 342. In de dodengang aan de IJzer hangt een plaque voor de majoor.

 

 

Toegangspoort van de begraafplaats van Oeren.

 

 

Op de Belgische militaire begraafplaats van Steenkerke liggen 534 Belgische doden begraven. Deze begraafplaats werd tijdens de oorlog aangelegd. Op deze begraafplaats liggen ook Britten begraven. Negen graven dragen nog het heldenhuldezerkje dat door Joe English ontworpen werd. Deze frontsoldaat die in Vinkem stierf, was oorspronkelijk hier begraven. De allereerste IJzerbedevaart vond hier in 1920 plaats bij zijn graf. In 1930 werd hij bijgezet in de crypte van de IJzertoren.

 

 

Een opvallend grafzerk is dat van Jozef Naus, vrijwilliger bij het 1ste regiment van de jagers te paard. Hij sterft aan het IJzerfront op 4 augustus 1918, op 19-jarige leeftijd. Het grafzerk vermeldt tevens een herinnering aan zijn broer Hugues Naus, gemobiliseerd in 1940 en belast met een missie naar Congo. Zijn schip wordt getorpedeerd nabij de Azoren in december 1941. Hugues is 39 jaar. Een Franse tekst op de grafzerk luidt als volgt:

"Passant, Ecoute la jeune voix qui s'élève,

de ce terre flamand gît un destin:

ma vie fût complète encore qu'elle fût brève,

je veux être imité mais non pas être plaint".

 

 

Brits en Belgisch graf op de begraafplaats van Steenkerke.

 

 

Het dorpsmonument van Pervijze voor de kerk.

Vaandel van de Nationale Strijdersbond België in de kerk van Pervijze.

 

 

Stuivekenskerke. De linker gedenkplaat werd onthuld op 19 april 1959, door de Verbroederingen van het 8ste, 18de en 28ste Linieregiment en het 8ste Vestingsregiment. De plaat wil de gevechten nabij de bocht van Tervate herdenken en de rol die het 8ste Linieregiment hierbij speelde.

De rechter gedenkplaat, opgericht door het 1ste, 2de en 4de Karabiniers, herinnert aan de gevechten bij de bocht van Tervate op 22 oktober 1914 en de rol van de Karabiniers

 

In de Sint-Pieterskerk zijn diverse relicten in verband met WOI terug te vinden: links van het portaal hangt de gedenkplaat voor het 8ste Linieregiment, rechts van het portaal de gedenkplaat voor de Karabiniers. In de voorhal de gedenkplaat voor de militaire slachtoffers van Stuivekenskerke. Vooraan in de linkerzijbeuk, boven het O.L.V.-altaar is het schilderij ter herinnering aan WOI bevestigd. Vooraan links bevindt zich eveneens het Mariabeeld, dat gered werd in oktober 1914. Tenslotte bevinden de 2 glasramen, ter herinnering aan de militairen Dewicke en Dekeyne, zich in de zijbeuken. De Sint-Pieterskerk ligt langs de Stuivekenskerkestraat, op ca. 800m ten W van de Ijzer.

De muurschildering zou een nabootsing zijn van het werk van de Duitse schilder Franz Eichhorst. Hij was onderofficier en tekende schetsen die verschenen in "An Flanders Küste", een 14-daags tijdschrift. Later werd Eichhorst professor aan de Academie voor Schilderkunst te Berlijn. Het oorlogstafereel moet het puin van Stuivekenskerke in september 1916 verbeelden.

Mariabeeld, bij aanvang van de oorlog gered van vernieling en in augustus 1960 opnieuw geïnstalleerd.

Detailopname van de plaque voor de karabiniers.

Vaandel van de oudstrijdersbond Stuivekenskerke.

 

De gedenkplaten voor het 2/22 en 3/23 linieregiment hangen aan de balustrade van de Schoorbakkebrug (over de IJzer), net op de grens tussen Pervijze (Diksmuide, Schoorbakkestraat), Schore (Middelkerke, Schorestraat) en Nieuwpoort.

 

 

Dezelfde brug aan de andere zijde.

 

 

Gedenksteen (op het kerkhof van Zande, ten noorden van de kerk) voor Duitse soldaat Erich Lehmann gesneuveld op 5 augustus 1915 bij Schoorbakke (Pervijze, Diksmuide

). Waarschijnlijk is dit zijn vroegere grafsteen. Links en rechts boven een kruis, centraal een palmtak en inscriptie "HIER RUHT UNSER EINIGEN GEEHRTER SOHN, BRUDER UND SCHWEIGER ERICH LEHMANN AUS NEUKOLLN GEFALLEN AM 15.8.15 IN SCHOORBAKKE. GELEBT FUR JESUS GESTORBEN FURS VATERLAND".

 

 

Voormalig Duits graf, gelegen in weide op de hoek van Beekstraat 4 en het wandelpad ten O van het kasteel Sint-Flora. Naar verluidt zou het gaan om een betonnen omkadering van een Duits graf. In de omgeving waren kampementen opgetrokken. Hier zou zich eveneens een Duitse begraafplaats bevonden hebben.

 

 

De Belgische militaire begraafplaats van Keiem is een verzamelbegraafplaats van na WOI. De grond werd in februari 1924 door het Ministerie van Landsverdediging verworven uit privaat bezit. Na verzameling van de doden na de oorlog en aanleg van de begraafplaats volgens het stramien, werd de begraafplaats op 12 juli 1925 ingewijd.

 

 

Opvallend op de begraafplaats van Keiem zijn het aantal doden van 8ste en 13de Linieregiment van 18 en 19 oktober 1914 (147 van de 590). Op 18 oktober 1914 vielen de Duitsers aan en veroverden ze de Belgische voorposten, o.a. Keiem. Vanuit Bruggenhoofd Diksmuide deden de Belgen (8ste Li en 13de Li) een tegenaanval en heroverden ze Keiem. Op 19 oktober deden de Duitsers een nieuwe aanval, heroverden Keiem en drongen de Belgen achteruit. Er vond een verwarde Belgische terugtocht naar de IJzer plaats en de ijzeren draaibrug werd opgeblazen. 364 van de 590 doden konden niet meer geïdentificeerd worden.

 

-V-

Home