Argonne in beeld(7)
Van het Bois des Haies naar Binarville

 

Klik op de foto voor een vergroting

Monument voor een aantal Fransen waaronder  Jean Marie  Eugène Grundeler, een van de vele Fransen die bij de slag om heuvel 176 sneuvelde op 7 november 1914. 

Feiten over het 128me RI op de achterzijde van met monument. Aan de zijkanten zijn namen van kameraden van Grundeler gegraveerd.

Grundeler diende bij het 128me RI

Het monument is niet bijster goed te vinden. Het oude pad op de wandelkaarten bestaat niet meer. Enkele tientallen meters verderop langs de D63 is een parkeergelegenheid en een half verborgen verwijzing naar deze plek.

Camp Moreau, gelegen langs de D63 aan de Duitse zijde van het front.

Camp Moreau

 

Dit Duitse “Lager” gelegen in de vallei van het riviertje de Moreau bevond zich ten oosten en westen van de weg van Binarville naar Vienne-le-Chateau. De westelijke zijde, Camp-Moreau West, is gerestaureerd en wordt onderhouden door een lokale vereniging genaamd Comité Franco-Allemand. Zowel de Fransen als de Duitsers bouwden in het achterland van de Argonne deze “Lagers

De Duitsers veroverden het westelijk deel van de Moreauvallei al in september 1914 op de Fransen, het oostelijke deel werd uiteindelijk in januari 1915 genomen. Van september 1914 tot en met januari 1915 werden in het westelijk deel van de vallei eenvoudige onderkomens gebouwd. In februari 1915 werd de inrichting van het kampement grootser aangepakt. Het 83e Landwehr Regiment, onderdeel van 9e Landwehr Divisie, pakte de herinrichting van de vallei radicaal aan. Zij werden daarbij geassisteerd door het 79e Reserve Regiment. Buiten de vallei van de Moreau namen zij ook het iets zuidwestelijker gelegen 2e liniekamp, genaamd Kaiserlager, in de vallei van de Dieusson onderhanden. Het Duitse opperbevel was zich zeer bewust van het belang van deze kampementen in dit gebied. De weinige dorpen in dit gebied die enig comfort konden bieden, lagen onbeschut voor de Franse artillerie, waardoor de keuze werd gemaakt om massaal kampementen aan te leggen
(http://meuse-ardennes.com/camp-moreau-2/)

Vindingrijke beschildering van een wegmarkering bij Camp Moreau.

Het (originele) Duitse monument

Vanaf de zomer van 1915 werd alles aangelegd met behulp van moderne standaard plannen. De aanleg van het geheel werd daarbij goed gedocumenteerd. Stap voor stap ontstonden er faciliteiten die het leven van de kampbewoners veraangenaamde. Er werden keukens, douches, ontluisinstallaties, toiletten en elektriciteitscentrales aangelegd. Ook werden de kampementen door een smalspoor verbonden met o.a. het Station van Binarville. In 1916 was het hele kampement klaar, daarna werd routinematig onderhoud gepleegd en kleine modificaties gedaan. Dit vond meestal plaats na Franse artilleriebeschietingen die in het algemeen zeer beperkte schade veroorzaakten.

Grafsteen van een Duitse kameraad op camp Moreau.

Vanaf eind 1915 waren de activiteiten van de regimenten het bezetten van de frontlinies, de werkzaamheden in het kamp en rust. In het camp Moreau kwamen in de regel 2 compagnieën, 450 man, op rust na een verblijf in de frontlinie. In geval van nood kon er een heel bataljon, 4 compagnieën worden ondergebracht. Tijdens de rust moesten de soldaten werkzaamheden verrichten. Er moest munitie en materiaal naar de voorste linies gesjouwd worden (het aanvoerende smalspoor kwam tot in het kamp) en er dienden verdedigingslinies aangelegd te worden . In het kampement waren slaapvertrekken voor de manschappen en officieren aangelegd. Een officier deelde een verblijf met een tweepersoonsslaapvertrek en apart verblijfsvertrek met een andere officier, de manschappen werden ingedeeld in een slaapvertrek met ongeveer 10 en in enkele gevallen tot 42 bedden. Die bedden waren met gaas bespannen en waren relatief comfortabel. De douches en het ontluizingstation, genaamd “Lausoleum”, droegen veel bij aan het welzijn van de troepen. Vanaf 1917 werd de frontsector rustiger en werd de bezetting van de kampementen minder, maar desondanks bleven de kampementen volledig in functie.

Heden ten dage is het gerestaureerde kampement en zijn faciliteiten te bezoeken. Buiten de verblijven voor officieren en manschappen zijn er douches, een ontluizingstation, monumenten, delen van een 60 cm spoorlijn, een kantine, wasinstallaties, latrines, tunnels en zelfs een replica bioscoop te bezichtigen

Duitse loopgraven van de 3e linie, gesitueerd boven Camp Moreau. Dit zijn prachtig gemaakte replica’s op de originele plek. De troepen in het kamp hadden luttele momenten nodig om de heuveltop te verdedigen.

Mitrailleurpost in de derde linie van Camp Moreau.

Uitzichtpost in de derde linie bij Camp Moreau.

Originele varkensstaarten langs de parapet van de Duitse loopgraaf.

Nog een blik op de fraaie loopgraven.

de voormalige begraafplaats van Grenadier Regiment 123. Deze zijn gelegen in het Bois de la Gruerie, richting Binarville. Zelfs bij mooi weer hangt in de duistere bossen een spookachtige sfeer.

Granaatresten in de buurt van de oude begraafplaats.

De resten bestaan feitelijk uit niets meer dan het zandstenen monument dat zich aan de achterkant van de begraafplaats bevond. Dit monument stond op een plateau waar je op kwam via een trapje. Eromheen stonden enkele zitbanken. Achter het monument stond een grote crucifix met een Christusbeeld, die zich nu in de kerk van Vienne-le-Château bevindt. Aan de voorzijde van het monument hing een tekstplaat die al vrij snel na de oorlog is weggehaald, getuige foto's uit de jaren '20.

 

De begraafplaats is in het begin van de oorlog begonnen door GR123, en groeide uit tot een begraafplaats van een duizendtal graven. Na de oorlog werd de begraafplaats onderhouden. De slechte bereikbaarheid zorgde er echter voor dat in de Tweede Wereldoorlog de begraafplaats werd opgeheven. De graven werden geruimd, en de stoffelijke resten overgeplaatst naar de Duitse begraafplaats van Consenvoye

Ten zuiden van het dorpje la Mare aux Boeuffs is langs de S21a een voormalig Duits hospitaal te vinden.

Het duistere interieur van het hospitaal.

De entree. Het ligt zoals te verwachten in de noordelijke helling verborgen.

Vlak bij de weg is deze bunker te vinden. Welke rol die speelde in relatie tot het hospitaal is niet bekend.

Van Binarville loopt een pad naar het oosten, de bossen van Apremont in. Vlakbij een beekje is deze grote Duitse bunker terug te vinden.

Het best keurig verzorgde interieur doet vermoeden dat dit een onderkomen voor officieren was.

Een steenworp verder is de König Karl Quelle zojuist gerenoveerd.

De bron werd aangelegd om het Lager Tote-Mann-Mühle van water te voorzien. Het lager strekte zich door de vallei van het kleine riviertje uit.

De eenvoudige verwijzing naar de König Karl Quelle langs het bospad.

-V-

Home